<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:2333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-21T10:22:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-6405 WMO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2333">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2333</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-11T10:21:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:2333 Centrale Raad van Beroep , 09-07-2014 / 12-6405 WMO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:2333:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag strekkende tot toekenning van een brommobiel. De combinatie van vervoer per TaxiBUS met meeneming van de scootmobiel biedt appellante de mogelijkheid om na het bereiken van haar bestemming per TaxiBUS zich per scootmobiel verder te verplaatsen. Daarnaast kan appellante, afhankelijk van het weertype en haar fysieke gesteldheid, ervoor kiezen zich met de scootmobiel te verplaatsen in plaats van met de TaxiBUS.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:2333:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/6405 WMO </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 9 juli 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 7 november 2012, 12/231 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld en het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2014. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar zoon[naam]. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door M.W.R.A. Gerritsen en P.C. Maarssen van den Brink.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Appellante ondervindt problemen in haar mobiliteit ten gevolge van een reumatische aandoening en knieartrose. Verder is sprake van incontinentieklachten. Bij besluit van </para>
      <para>27 april 2011 heeft het college de door appellante op 22 februari 2011 ingediende aanvraag, strekkende tot toekenning van een brommobiel (gesloten buitenwagen), afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Na bezwaar heeft het college deze afwijzing, onder verwijzing naar het advies van de onafhankelijke bezwarencommissie van 27 december 2011, gehandhaafd bij besluit van </para>
      <para>17 januari 2012 (bestreden besluit). Appellante komt niet in aanmerking voor een gesloten buitenwagen omdat in haar vervoersbehoefte kan worden voorzien door een scootmobiel (voor de kortere afstanden) in combinatie met collectief vervoer door middel van TaxiBUS (voor de langere afstanden). Deze combinatie is de goedkoopst adequate voorziening. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op medische adviezen van de artsen K. Jacobs van 7 april 2011 en K.D. Guldemond van 18 augustus 2011 en 8 december 2011. Appellante wordt in staat geacht om zich bij koud en vochtig weer, met adequate kleding en een schootkleed, over korte afstanden te verplaatsen met een scootmobiel. Er zijn voorts geen medische belemmeringen om voor de langere afstanden gebruik te kunnen maken van vervoer met TaxiBUS. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het college de omstandigheden van appellante voldoende heeft onderzocht en terecht heeft geconcludeerd dat appellante niet is aangewezen op een gesloten buitenwagen. Het college wordt gevolgd in het standpunt dat appellante zich, ook bij koudere temperaturen, voldoende kan kleden om zich met haar scootmobiel te verplaatsen. Appellante heeft niet medisch onderbouwd dat zij geen thermokleding dan wel omhullende kleding kan aantrekken om zich te beschermen tegen de koude en appellante kan de scootmobiel, die een lichte handgreep heeft, medisch gezien hanteren. Verder heeft het college wat de TaxiBus betreft gewezen op de terugbelservice waardoor appellant het grootste deel van de wachttijd binnen kan doorbrengen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Herhaald wordt dat een scootmobiel wegens blootstelling aan weersinvloeden, met name in de winter, geen passend vervoermiddel is. Verder wordt aangevoerd dat vervoer per TaxiBUS niet geschikt is omdat ze direct naar huis moet kunnen als ze pijn voelt opkomen. Ten slotte betoogt appellante dat de door het college overgelegde gegevens niet compleet zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dat oordeel rust worden volledig onderschreven. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Appellante heeft ook in hoger beroep haar betoog dat zij gelet op haar beperkingen met een scootmobiel en TaxiBUS onvoldoende wordt gecompenseerd in haar vervoersbehoefte niet onderbouwd met medische gegevens. De wachttijd voor de terugreis per TaxiBUS is, mede gezien de mogelijkheid van de terugbelservice, aanvaardbaar te achten. De combinatie van vervoer per TaxiBUS met meeneming van de scootmobiel biedt appellante voorts de mogelijkheid om na het bereiken van haar bestemming per TaxiBUS zich per scootmobiel verder te verplaatsen. Daarnaast kan appellante, afhankelijk van het weertype en haar fysieke gesteldheid, ervoor kiezen zich met de scootmobiel te verplaatsen in plaats van met de TaxiBUS.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Nu de aanvraag van appellante eerst in februari 2011 is gedaan zijn stukken uit 2010 waarnaar appellante verwijst niet relevant voor deze procedure. Ook anderszins is er geen reden om aan te nemen dat de Raad niet beschikt over alle op deze zaak betrekking hebbende stukken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <para>Uit hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.   </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) H.J. de Mooij</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) I.J. Penning</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>RB</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>