<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:2318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-18T13:26:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-1450 BBZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-10T13:46:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:2318 Centrale Raad van Beroep , 08-07-2014 / 13-1450 BBZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:2318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening. Verzoeksters hebben geen feiten of omstandigheden ingebracht op grond waarvan tot herziening kan worden overgegaan. Voor zover het de jaarcijfers over 2012 en de cijfers over de jaren daarvoor betreft, beroepen verzoeksters zich op feiten die al bekend waren vóór de uitspraak van 19 februari 2013. De Raad heeft in de uitspraak van 19 februari 2013 deze cijfers onder ogen gezien. Voorts heeft hij overwogen waarom geen rekening kan worden gehouden met de jaarcijfers over 2012. Voor zover het de jaarcijfers over 2013 betreft, beroepen verzoeksters zich op feiten die hebben plaatsgevonden na de uitspraak van 19 februari 2013.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:2318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/1450 BBZ, 13/1452 BBZ </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 8 juli 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 19 februari 2013, 11/2832 en 11/2834 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoekster 1] en [verzoekster 2] (verzoeksters), beiden te [woonplaats]</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Someren (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens verzoeksters heeft drs. H.J.M.L. van Santvoort herziening verzocht van de hiervoor genoemde uitspraak.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeksters hebben nadere stukken ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tijdens het onderzoek ter zitting van 4 februari 2014, waar voor verzoeksters is verschenen drs. Van Santvoort en het college zich heeft laten vertegenwoordigen door M.J.A. Lammers, hebben verzoeksters verzocht om wraking van de behandelend rechter van de enkelvoudige kamer. In verband met dit verzoek is het onderzoek ter zitting geschorst. Bij beslissing van <?linebreak?>17 maart 2014, 13/1450 BBZ-W en 13/1452 BBZ-W, heeft de wrakingskamer van de Raad het wrakingsverzoek afgewezen. Het onderzoek ter zitting is op 27 mei 2014 weer hervat. Verzoeksters zijn, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.A. Lammers.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met 8:108 van de Awb kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:</para>
      <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak </para>
      <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
      <para>c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de uitspraak waarvan thans herziening wordt verzocht heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 29 april 2011, 10/865, bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Verzoeksters hebben aan hun verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat ten onrechte is geoordeeld dat zij niet aannemelijk hebben gemaakt dat het advies van IMK Intermediair (IMK) waarop het college zijn besluit heeft gebaseerd, niet deugdelijk is. Verzoeksters betwisten de juistheid van het IMK advies. Zij betogen dat het IMK door een foute interpretatie van de jaarcijfers het brutowinstpercentage niet correct heeft berekend. Aan de hand van de resultaten over de jaren 2012 en 2013 hebben verzoeksters thans aangetoond dat de conclusie van het IMK onjuist is, het bedrijf nog steeds bestaat en dus levensvatbaar is. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Daarmee hebben verzoeksters echter geen feiten of omstandigheden ingebracht als bedoeld in artikel 8:119 van de Awb op grond waarvan tot herziening kan worden overgegaan. Voor zover het de jaarcijfers over 2012 en de cijfers over de jaren daarvoor betreft, beroepen verzoeksters zich op feiten die al bekend waren vóór de uitspraak van </para>
          <para>19 februari 2013. De Raad heeft in de uitspraak van 19 februari 2013 deze cijfers onder ogen gezien. Voorts heeft hij overwogen waarom geen rekening kan worden gehouden met de jaarcijfers over 2012. Voor zover het de jaarcijfers over 2013 betreft, beroepen verzoeksters zich op feiten die hebben plaatsgevonden na de uitspraak van 19 februari 2013. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (uitspraak van 11 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:483) is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch om een discussie over de betrokken uitspraak te openen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Het verzoek om herziening slaagt daarom niet en moet worden afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) O.L.H.W.I. Korte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J.T.P. Pot</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>