<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:2289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-08T14:56:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-3187 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2289">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2289</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-07T16:39:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:2289 Centrale Raad van Beroep , 25-06-2014 / 12-3187 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:2289:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering WIA-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geschiktheid geselecteerde functies.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:2289:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/3187 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 25 juni 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van </para>
    <para>26 april 2012, 12/23 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. C. Bijlsma, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Mr. V.M.C. Verhaegen heeft zich gesteld als opvolgend gemachtigde van appellant en heeft nadere stukken ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2014. Voor appellant is </para>
    <para>mr. Verhaegen verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>mr. W.P.F. Oosterbos.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Appellant is op 11 mei 2009 met rugklachten uitgevallen van zijn werk als greenkeeper. Hij heeft op 31 januari 2011 een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 19 april 2011 heeft het Uwv afwijzend beslist op die aanvraag, omdat appellant met ingang van 9 mei 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Het Uwv heeft het bezwaar bij beslissing op bezwaar van 5 december 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het medisch onderzoek dat aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd voldoende uitgebreid en zorgvuldig is geweest en dat er geen reden was om te twijfelen aan de resultaten van dat onderzoek, nu appellant zijn andersluidende standpunt niet met medische stukken heeft onderbouwd. De rechtbank heeft zich ook verenigd met de uitkomst van het onderzoek door de bezwaararbeidsdeskundige, die na een heroverweging van de in eerste instantie geselecteerde functies en na een correctie van het maatmanloon eveneens tot de conclusie is gekomen dat appellant met ingang van 9 mei 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.</nr>
        <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. Hij heeft naar voren gebracht dat het Uwv zijn beperkingen heeft onderschat, ten gevolge waarvan de opgestelde Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onjuist is en hij per 9 mei 2011 niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten. Appellant heeft de beroepsgrond dat het Uwv in het bestreden besluit ten onrechte heeft nagelaten de kosten van bezwaar aan hem te vergoeden, niet gehandhaafd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.</nr>
        <para>Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Voor een weergave van het toepasselijke wettelijk kader wordt verwezen naar overweging 1 van de aangevallen uitspraak.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Gezien de omvang van het hoger beroep beperkt de beoordeling door de Raad zich tot de door het Uwv gemaakte inschatting van de functionele mogelijkheden van appellant met ingang van 9 mei 2011 en de medische geschiktheid van de geselecteerde functies.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Met de rechtbank en op de door de rechtbank gebezigde overwegingen wordt geoordeeld dat de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv zorgvuldig onderzoek hebben verricht. Appellant heeft naar voren gebracht dat ten onrechte geen beperkingen zijn aangenomen op de aspecten zitten, staan, hoog handelingstempo en werktijden en dat onvoldoende rekening is gehouden met de noodzaak om van houding te kunnen wisselen. Hij heeft ter onderbouwing van zijn standpunt gewezen op de FML die de bedrijfsarts in september 2009 heeft opgesteld. Reeds omdat die FML niet ziet op de situatie per 9 mei 2011 slaagt het betoog van appellant niet.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <para>Appellant heeft verklaard dat de geselecteerde functies passen in de belastbaarheid, zoals door het Uwv vastgesteld. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.</nr>
        <para>Uit 4.3 en 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter en B.M. van Dun </para>
      <para>en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van J.C. Hoogendoorn als griffier. </para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.J.T. van den Corput</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.C. Hoogendoorn</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JvC</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>