<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:2036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-24T11:22:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-6391 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2036">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:2036</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-06-18T11:35:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-06-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:2036 Centrale Raad van Beroep , 17-06-2014 / 12-6391 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:2036:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking en terugvordering bijstand. Exploitatie hennepkwekerij. Schending inlichtingenverplichting.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:2036:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/6391 WWB </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 17 juni 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 24 oktober 2012, 12/4939 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellante heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 6 mei 2014. Partijen zijn, waarvan het college met bericht, niet verschenen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De Raad gaat uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellante ontving sinds 17 december 2002 bijstand, laatstelijk op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Op 12 januari 2012 hebben een agent van de politie Haaglanden, een medewerker van netbeheerder Stedin en medewerkers van de zogeheten Haagse Pandenbrigade in de woning van appellante een in werking zijnde hennepkwekerij, met 37 hennepplanten en een halve emmer vol met geoogste henneptoppen, aangetroffen, waarna deze kwekerij is ontmanteld. Vervolgens heeft het college verder onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de aan appellante verleende bijstand. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 31 januari 2012. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>De onderzoeksresultaten zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit van </para>
          <para>22 februari 2012 de bijstand van appellante over de periode van 25 augustus 2011 tot en met 12 januari 2012 te herzien (lees: in te trekken) en de over die periode gemaakte kosten van bijstand tot een bedrag van € 5.013,84 van appellante terug te vorderen. Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat appellante, door geen melding te maken van het exploiteren van een hennepkwekerij in de periode van 25 augustus 2011 tot en met 12 januari 2012, de op haar rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden, waardoor het recht op bijstand over deze periode niet kan worden vastgesteld.  </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.4.</nr>
        <para>Bij besluit van 7 mei 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 22 februari 2012 ongegrond verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellante heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Vast staat dat op 12 januari 2012 in de woning van appellante een professionele hennepkwekerij is aangetroffen, waarover appellante het college ten onrechte niet heeft geïnformeerd. Appellante stelt dat zij op 25 november 2011 met de kwekerij is gestart en dat het college daarom ten onrechte 25 augustus 2011 als aanvangsdatum heeft genomen.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Anders dan appellant meent, heeft het college zich gebaseerd op informatie van een bevoegd expert ten aanzien van energiediefstal van netbeheerder Stedin die, in samenwerking met de politie, de kweekduur heeft vastgesteld. Stedin had namelijk geconstateerd dat de ijkzegels van de twee elektriciteitsmeters waren verbroken en dat de meterstanden waren teruggedraaid. Stedin heeft aan de hand van het aangetroffen stof en het restafval geconcludeerd dat, voorafgaande aan de kweekcyclus die ten tijde van de inval net was voltooid, één kweekcyclus had plaatsgevonden. Uitgegaan is verder van de gemiddelde kweekcyclus van tien weken. Op basis hiervan heeft Stedin appellante alsnog door haar afgenomen elektriciteit in rekening gebracht, waartegen appellante zich niet heeft verzet.  </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>De door het college gehanteerde aanvangsdatum van 25 augustus 2011 is genoegzaam onderbouwd. De door appellante genoemde aanvangsdatum van 25 november 2011 is reeds daarom niet geloofwaardig, omdat ten tijde van de inval recent geoogste henneptoppen werden aangetroffen. Gelet op de normale groeicyclus van tien weken, is het aannemelijk dat appellante in ieder geval eerder dan 25 november 2011 met de kwekerij is begonnen. Appellante heeft voorts geen concrete en verifieerbare gegevens verstrekt over de herkomst van de productiemiddelen. Dat zij de naam van de verkoper niet mag prijsgeven, dient voor haar risico te komen. Aan de niet nader onderbouwde stelling van appellante dat zij de spullen tweedehands heeft gekocht en dat om die reden sprake is van oudere sporen van stof dient dan ook te worden voorbijgegaan. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <para>Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en E.C.R. Schut en </para>
      <para>A.M. Overbeeke als leden, in tegenwoordigheid van J.T.P. Pot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J.C.F. Talman</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J.T.P. Pot</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>