<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:1739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-22T14:29:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-1905 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:1739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:1739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-22T14:27:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:1739 Centrale Raad van Beroep , 21-05-2014 / 12-1905 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:1739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing herhaalde aanvraag. Geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:1739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/1905 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 21 mei 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van </para>
    <para>23 februari 2012, 11/1209 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. D. Coskun, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgehad op 9 april 2014. Voor appellant is mr. Coskun verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Bij besluit van 17 februari 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 31 december 2010 ongegrond verklaard. Het Uwv achtte geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond daarvan heeft het Uwv zich bevoegd geacht om met overeenkomstige toepassing van het tweede lid van artikel 4:6 van de Awb de aanvraag van appellant af te wijzen en voor de motivering van die beslissing te volstaan met verwijzing naar het besluit van 3 augustus 2010.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank was van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 4:6 van de Awb, appellant bij zijn aanvraag van 27 december 2010 alsmede in de bezwaarfase ten onrechte geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld. Hetgeen appellant naar voren heeft gebracht, had volgens de rechtbank ook al in een bezwaarprocedure tegen het besluit van 3 augustus 2010 naar voren gebracht kunnen worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <parablock>
        <para>In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hem ten onrechte bij besluit van </para>
        <para>3 augustus 2010 een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) is geweigerd en het Uwv er ten onrechte vanuit is gegaan dat appellant het bezwaar tegen het besluit van 3 augustus 2010 heeft ingetrokken. Volgens appellant heeft het Uwv ten onrechte zijn bezwaar niet inhoudelijk beoordeeld en heeft de rechtbank dit miskend.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Vastgesteld wordt dat de rechtbank bij de toetsing van het bestreden besluit het juiste toetsingskader heeft gehanteerd. Voorts wordt met de rechtbank geoordeeld dat van de kant van appellant bij zijn herhaalde aanvraag van 27 december 2010 om een uitkering ingevolge de Wet WIA geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn gepresenteerd aan het Uwv. In dit verband wordt nog opgemerkt dat de ontkenning van appellant dat hij zijn bezwaar tegen het besluit van 3 augustus 2010 heeft ingetrokken in dit geding niet kan leiden tot hetgeen hij wil bereiken.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter en J.S. van der Kolk en </para>
      <para>D.J. van der Vos als leden, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.J.T. van den Corput</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E. Heemsbergen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>CVG</title>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>