<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2014:1583</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-14T15:06:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-269 WUV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#herziening">Herziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:1583">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2014:1583</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-12T13:54:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2014:1583 Centrale Raad van Beroep , 08-05-2014 / 13-269 WUV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2014:1583:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangetroffen die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2014:1583:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/269 WUV </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 8 mei 2014</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraken van de Raad van 13 maart 1992 met nummer WUV 1989/370, van 13 maart 2009 met nummers 06/6002, 6003, 6004 en 08/2179 WUV, van 1 december 2011, 10/4684 WUV en van 22 december 2012 met nummer 12/1188 WUV</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens verzoekster is om herziening verzocht van eerder genoemde uitspraken, naar welke uitspraken wordt verwezen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 maart 2014. Namens verzoekster is verschenen haar echtgenoot [naam echtgenoot] als haar gemachtigde, bijgestaan door mr. drs. H.N. Broekzitter. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Op 1 januari 2013 is de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Stb 2012, 682) in werking getreden. Met deze wet zijn wijzigingen in onder meer de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Beroepswet aangebracht. Op grond van het overgangsrecht blijft op deze zaak het recht van toepassing zoals dat gold vóór 1 januari 2013.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 17 van de Beroepswet, kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:   </para>
        <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,</para>
        <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
        <para>c. waren zij bij de Raad eerdere bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben geleid.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheden als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.</nr>
        <para>Namens verzoekster is aan het verzoek om herziening in essentie ten grondslag gelegd dat verzoekster niet het aantal uren aan huishoudelijke hulp krijgt die aan haar op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn toegekend.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.</nr>
        <para>In hetgeen bij het verzoek om herziening en het verhandelde ter zitting uitvoerig is aangevoerd zijn geen feiten of omstandigheden aangetroffen die voldoen aan de drie in artikel 8:88 van de Awb omschreven cumulatieve voorwaarden. In een eerdere uitspraak ten name van verzoekster (ECLI:NL:CRVB:2009:BH7075) heeft de Raad al gewezen op het in mindering brengen van de uren huishoudelijke hulp die elders, zoals op grond van de Wmo, wordt verkregen op de door verweerder verstrekte uren aan huishoudelijk hulp. Verder is al meermalen uitgesproken dat de grootte van de woning van geen betekenis is voor het toekennen van huishoudelijke hulp op grond van de Wuv. De Raad ziet aanleiding hierbij wel op te merken dat het toekennen van huishoudelijke hulp op grond van de Wuv uitsluitend plaatsvindt op grond van de bij een betrokkene aanwezige beperkingen. Namens verzoekster is nog gewezen op een schrijven van verweerder van 14 december 2009, maar dit schrijven was al eerder bekend. Vastgesteld moet dan ook worden dat met het onderhavige verzoek wederom is beoogd op basis van bekende gegevens een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie te voeren. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.</nr>
        <para>Het verzoek om herziening moet worden afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.4.</nr>
        <para>Het vergoeden van immateriële schade, zoals namens verzoekster is verzocht, kan hier dan ook niet aan de orde zijn.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) A. Beuker-Tilstra</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) B. Rikhof</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JvC</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>