<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:CA1859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-23T12:18:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA1859</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-4073 WUBO-T</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA1859">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA1859</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:18:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:CA1859 Centrale Raad van Beroep , 30-05-2013 / 11-4073 WUBO-T</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA1859:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat kort geleden nadere gegevens naar voren zijn gekomen op grond waarvan aannemelijk is dat appellant inderdaad, zoals hij stelt, geïnterneerd is geweest in Kamp Pekato. In verband hiermee handhaaft verweerder het bestreden besluit niet langer. Daarvan uitgaande, moet worden vastgesteld dat dit besluit niet op een deugdelijke motivering berust. Als gevolg daarvan is verweerder ten onrechte niet toegekomen aan een medische beoordeling. De Raad acht het aangewezen dat verweerder een nader standpunt inneemt en dit neerlegt in een nieuw besluit. De Raad zal daarvoor, mede gelet op de noodzaak van medische advisering, een termijn van drie maanden stellen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA1859:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/4073 WUBO-T</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Tussenuitspraak in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Pensioen  en Uitkeringsraad (verweerder)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>In verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), is in deze zaak de Pensioen  en Uitkeringsraad als bedoeld in die wet in de plaats getreden van de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR). Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de   voormalige   Raadskamer WUBO van de PUR.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 1 juni 2011, kenmerk BZ01275973 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940 1945 (Wubo). </para>
    <para />
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2013. Appellant is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is in 1934 geboren in het toenmalig Nederlands-Indië, als zoon van een Ambonese vader en een Javaanse moeder. Op 17 oktober 2001 heeft hij een aanvraag ingediend om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenningen op grond van de Wubo. Dit verzoek is afgewezen bij besluit van 24 april 2002, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 29 oktober 2002, op de grond dat niet is gebleken dat hij is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Appellant heeft hiertegen geen beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>1.2. Op 27 april 2003 heeft appellant verzocht het besluit van 24 april 2002 te herzien. Dit verzoek is afgewezen bij besluit van 1 september 2003, op de grond dat geen relevante nieuwe feiten of omstandigheden naar voren zijn gekomen. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel ingesteld.</para>
    <para />
    <para>1.3. Bij brief van 7 juni 2010 heeft appellant opnieuw om herziening verzocht. Bij besluit van 29 november 2010 heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Bij het bestreden besluit is het daartegen gerichte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat kort geleden nadere gegevens naar voren zijn gekomen op grond waarvan aannemelijk is dat appellant inderdaad, zoals hij stelt, geïnterneerd is geweest in Kamp Pekato. In verband hiermee handhaaft verweerder het bestreden besluit niet langer. Daarvan uitgaande, moet worden vastgesteld dat dit besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb niet op een deugdelijke motivering berust. Als gevolg daarvan is verweerder ten onrechte niet toegekomen aan een medische beoordeling.</para>
    <para />
    <para>3. De Raad acht het aangewezen dat verweerder een nader standpunt inneemt en dit neerlegt in een nieuw besluit. Van mogelijke benadeling van derden is daarbij geen sprake. Aan verweerder zal dan ook met toepassing van artikel 21, zesde lid (oud), van de Beroepswet worden opgedragen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De Raad zal daarvoor, mede gelet op de noodzaak van medische advisering, een termijn van drie maanden stellen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep draagt verweerder op om binnen drie maanden na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het bestreden besluit van 1 juni 2011 te herstellen met inachtneming van hetgeen de Raad heeft overwogen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2013.</para>
    <para />
    <para>(getekend) A. Beuker-Tilstra</para>
    <para />
    <para>(getekend) A.C. Oomkens</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>