<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:CA0756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-23T11:29:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0756</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-2888 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0756">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0756</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:15:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:CA0756 Centrale Raad van Beroep , 17-05-2013 / 12-2888 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0756:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dagloon ZW. Geen rekening gehouden met nabetaling. Het Uwv heeft het dagloon op juiste wijze berekend door - uitsluitend - uit te gaan van het daadwerkelijk in de referteperiode door appellante genoten loon, waarvan in dat tijdvak door de werkgever loonopgave is gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0756:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12/2888 ZW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 april 2012, 11/2038 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellante)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 17 mei 2013.</para>
    <para> </para>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante heeft mr. A.J.A.M. Hermans hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2013. Appellante is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Bij besluiten van 13 en 16 mei 2011 heeft het Uwv appellante met ingang van </para>
      <para>28 april 2011 een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) toegekend, berekend naar een dagloon van € 177,49. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan haar in mei 2011 betaalde overuren dienden te worden betrokken bij de vaststelling van het dagloon. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 30 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Aan dat besluit ligt ten grondslag dat het door appellante opgevoerde loon is betaald na afloop van de hier van toepassing zijnde referteperiode. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd. Het Uwv heeft bepleit dat het oordeel van de rechtbank wordt gevolgd. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij hij voor de weergave van de hier van belang zijnde bepalingen van de ZW en het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (Besluit) verwijst naar de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat de voor de berekening van het dagloon van belang zijnde referteperiode loopt van 1 april 2010 tot en met 31 maart 2011. De in geding zijnde loonbetaling is verricht na afloop van deze periode en dus niet feitelijk genoten in de referteperiode. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. Gelet op artikel 2, vierde lid, van het Besluit zou met deze loonbetaling voor het berekenen van het dagloon rekening kunnen worden gehouden, indien aannemelijk zou worden dat het loon al wel in het refertejaar vorderbaar was en dat dat bovendien toen niet inbaar is gebleken. Die situatie doet zich echter niet voor. Appellante heeft ter zitting verklaard dat zij in het refertejaar niet bij de werkgever heeft aangedrongen op betaling van de overuren, maar dat haar werkgever wel tot betaling zou zijn overgegaan indien zij daar destijds om had verzocht. Ervan uitgaande dat deze stelling juist is, kan niet anders worden geoordeeld dan dat het loon voor de overuren in het refertejaar vorderbaar zou zijn geweest, maar de stelling betekent ook dat het loon voor de overuren inbaar zou zijn geweest. Slechts indien in dit verband zou zijn gebleken dat de betaling weliswaar had kunnen worden gevorderd, maar de werkgever deze niet had kunnen of willen voldoen, dan zou toepassing van het vierde lid van artikel 2 van het Besluit tot de mogelijkheden hebben behoord. </para>
      <para>Volledigheidshalve wordt erop gewezen dat de stelling die appellante aanvankelijk naar voren heeft gebracht dat de zogeheten jaarurensystematiek meebrengt dat de overgewerkte uren altijd pas bij het einde van het dienstverband worden betaald, niet tot een ander inhoudelijk oordeel zou hebben geleid. Deze stelling betekent immers dat het nabetaalde bedrag in het refertejaar niet vorderbaar was. Ook dan is de in artikel 2, vierde lid, van het Besluit neergelegde uitzonderingsregel niet van toepassing. Dat de uren zijn gewerkt in de referteperiode is voor de beoordeling van beide stellingen van appellante niet relevant. Dit betekent - zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 27 januari 2012, LJN BV2690 </para>
      <para>- dat met de nabetaling dus geen rekening kan worden gehouden. De moeilijke (financiële) positie waarin appellante onmiskenbaar verkeert kan niet leiden tot een ander oordeel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het Uwv het dagloon op juiste wijze heeft berekend door - uitsluitend - uit te gaan van het daadwerkelijk in de referteperiode door appellante genoten loon, waarvan in dat tijdvak door de werkgever loonopgave is gedaan.</para>
    <para />
    <para>4.4. Het hoger beroep slaagt derhalve niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2013.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) G.J. van Gendt</para>
    <para />
    <para>QH</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>