<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-23T11:18:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0547</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-21 AOW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:15:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547 Centrale Raad van Beroep , 17-05-2013 / 13-21 AOW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-verschoonbare termijnoverschijding indienen beroep.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0547:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>13/21 AOW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 november 2012, 11/2160 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[Appellante] te [woonplaats], Duitsland (appellante)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 april 2013. Appellante is verschenen, vergezeld door haar echtgenoot die tevens als haar gemachtigde is opgetreden. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. De Svb heeft appellante, met een besluit van 4 februari 2011, laten weten dat zij vanaf april 2011 recht heeft op een pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), op welk pensioen een korting van 18% is toegepast wegens, afgerond, negen niet verzekerde jaren. Het bezwaar tegen dit besluit is door de Svb bij beslissing op bezwaar van 4 maart 2011 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>1.2. Met een brief gedateerd 15 april 2011, door de rechtbank ontvangen op 27 april 2011, heeft appellante beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>2. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn. De rechtbank is tevens van oordeel dat niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan een verschoonbare termijnoverschrijding moet worden aangenomen. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante dit oordeel bestreden. Zij heeft aangevoerd dat het bestreden besluit niet aangetekend is verzonden. Hierdoor is onduidelijk wanneer de verzending feitelijk heeft plaatsgevonden. Appellante verduidelijkt dat zij woonachtig is in een voormalig Duits douanegebouw, waarin meerdere woningen zijn gevestigd. Op de brievenbussen staan meestal geen namen, waardoor de postbezorging een rommel is. Appellante stelt direct na ontvangst een beroepschrift ingediend te hebben. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Allereerst stelt de Raad vast, dat het bestreden besluit niet aangetekend aan appellante is verzonden en dat appellante dat besluit heeft ontvangen. Eveneens staat vast dat het beroepschrift van appellante, gedagtekend 15 april 2011, op 25 april 2011 is gestempeld en door de rechtbank op 27 april 2011 is ontvangen.</para>
    <para />
    <para>4.2. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een beroepschrift zes weken. Op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt de termijn aan met ingang van de dag waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen.</para>
    <para />
    <para>4.3. Zoals de Raad eerder heeft overwogen is aan de wettelijke voorwaarden voor het aanvangen van de beroepstermijn voldaan indien niet in geschil is dat het besluit aan het adres van betrokkene is verzonden, betrokkene niet heeft betwist dat hij dat besluit heeft ontvangen en er voorts geen aanleiding is te betwijfelen dat het besluit daadwerkelijk op de aangegeven verzenddatum is verzonden. </para>
    <para />
    <para>4.4. In het voorliggende geval is niet in geschil dat het bestreden besluit aan appellante is toegezonden en dat zij het besluit heeft ontvangen. In een brief aan de rechtbank van 5 mei 2011 heeft appellante gemeld het bestreden besluit op 15 maart 2011 ontvangen te hebben. Mede gezien het feit dat het besluit naar Duitsland is gezonden en de omstandigheid dat, naar eigen zeggen van appellante, de postbezorging op haar adres niet vlekkeloos verloopt, acht de Raad onvoldoende twijfel aanwezig dat de verzending van het besluit op 4 maart 2011 heeft plaatsgevonden. De beroepstermijn is derhalve gaan lopen op 5 maart 2011. Het beroepschrift had uiterlijk 15 april 2011 in ieder geval ter post moeten zijn bezorgd. Uit de envelop blijkt dat het beroepschrift in Nederland ter post is bezorgd en op 25 april 2011 is afgestempeld. Hieruit volgt dat het beroepschrift te laat is ingediend. </para>
    <para />
    <para>4.5. Nu appellante stelt dat het niet tijdig indienen van het beroepschrift het gevolg is van een niet aan haar toe te rekenen omstandigheid, rust op haar de last de feiten aannemelijk te maken op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat zij in verzuim is geweest. </para>
    <para />
    <para>4.6. Appellante is daarin niet geslaagd. Bij ontvangst van het bestreden besluit op 15 maart 2011 resteerde nog ruim vier weken om tijdig een beroepschrift in te dienen. Door in ieder geval tot 15 april 2011 te wachten met het schrijven van een beroepschrift heeft appellante het risico genomen dat de beroepstermijn zou worden overschreden. </para>
    <para />
    <para>4.7. Uit 4.1 tot en met 4.6 volgt dat de aangevallen uitspraak bevestigd moet worden. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een veroordeling tot vergoeding van proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 mei 2013.</para>
    <para />
    <para>(getekend) E.E.V. Lenos</para>
    <para />
    <para>(getekend) D. Heeremans</para>
    <para />
    <para>JvC</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>