<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:CA0183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T10:38:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0183</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-7085 WMO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2013/215 met annotatie van C.W.C.A. Bruggeman</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0183">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0183</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:13:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:CA0183 Centrale Raad van Beroep , 15-05-2013 / 10-7085 WMO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0183:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing aanvraag voor een woonvoorziening in de vorm van een uitbreiding van de in haar woning aanwezige traplift naar de tweede verdieping. Niet gebleken dat het voor appellante niet mogelijk is de hometrainer in de kleine extra ruimte op de eerste verdieping te gebruiken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0183:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>10/7085 WMO</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
      <para>23 november 2010, 10/1315 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellante)</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Diemen (college)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 15 mei 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. Voor appellante is verschenen [naam echtgenoot], de echtgenoot van appellante. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door K. Gravemaker en Th.P.P. Broek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.1. Appellante is bekend met mobiliteitsproblemen in verband waarmee haar bij besluit van 10 juni 2008 een woonvoorziening ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in de vorm van een traplift naar de eerste verdieping is toegekend.</para>
    <para />
    <para>1.2. Appellante heeft op 21 augustus 2009 in het kader van de Wmo een aanvraag ingediend voor een woonvoorziening in de vorm van een uitbreiding van de in haar woning aanwezige traplift naar de tweede verdieping. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 4 november 2009 heeft het college de aanvraag afgewezen. </para>
    <para />
    <para>1.4. Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Zij heeft aangevoerd dat haar hometrainer die ze voor revalidatie nodig heeft, ook op de tweede verdieping staat.</para>
    <para />
    <para>1.5. Bij besluit van 13 januari 2010 (bestreden besluit) heeft het college het tegen het besluit van 4 november 2009 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Aan dat besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat appellante haar woning anders kan inrichten en dat zij de hometrainer kan verplaatsen naar de eerste verdieping of de begane grond. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij heeft aangevoerd dat zij ten behoeve van haar revalidatie dagelijks gebruik maakt van de hometrainer en dat het voor haar niet mogelijk is om haar woning anders in te richten.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad verwijst voor het wettelijke kader naar de aangevallen uitspraak. </para>
    <para />
    <para>4.2. Op 13 oktober 2009 heeft een huisbezoek plaatsgevonden. Daarbij heeft de consulent M. Borgman vastgesteld dat het voor appellante mogelijk is om haar woning anders in te richten en de computer die op de tweede verdieping staat, te verplaatsen naar bijvoorbeeld de begane grond. Ter zitting van de Raad heeft de gemachtigde van het college verklaard dat destijds naar aanleiding van het bezwaar navraag is gedaan bij de consulent of ook de hometrainer verplaatst zou kunnen worden en dat hij heeft vastgesteld dat de hometrainer in de kleine extra ruimte op de eerste verdieping geplaatst zou kunnen worden. </para>
    <para />
    <para>4.3. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat het, gelet op de in haar woning aanwezige ruimten, onmogelijk is om door herinrichting, verplaatsing of aanpassing van in de woning aanwezige zaken een plek voor haar hometrainer te creëren. Hetgeen de echtgenoot van appellante ter zitting van de Raad heeft verklaard en heeft uitgetekend leidt niet tot een ander oordeel, omdat daaruit niet gebleken is dat het voor appellante niet mogelijk is de hometrainer in de kleine extra ruimte op de eerste verdieping te gebruiken. Dit betekent dat het college de aanvraag van appellante terecht heeft afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4.4. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema als voorzitter en J. Brand en G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van A.C. Oomkens als griffier. </para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013.</para>
    </parablock>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) H.C.P. Venema</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) A.C. Oomkens</para>
    <para />
    <para>GdJ</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>