<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-23T10:58:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">CA0178</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-5915 WIA </psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:13:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178 Centrale Raad van Beroep , 15-05-2013 / 12-5915 WIA </dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Recht op een WGA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:CA0178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12/5915 WIA </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van </para>
      <para>26 september 2012, 11/14 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 15 mei 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft [naam gemachtigde] hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 april 2013. De zaak is gevoegd behandeld met de zaken 12/5917 ZW en 13/63 ZW. Appellant is verschenen, bijgestaan door [naam gemachtigde]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Ruis. In de gevoegde zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Voor een overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 26 november 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv, na bezwaar, vastgesteld dat appellant per 21 juli 2008 onverminderd recht heeft op een WGA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 41,84%. Het Uwv heeft daarbij het standpunt ingenomen dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen geschikt is te achten voor het verrichten van werkzaamheden in voor hem passende functies voor zes uur per dag.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2.1. De rechtbank is van oordeel dat aan het bestreden besluit een zorgvuldig medisch onderzoek ten grondslag ligt. Hiervan uitgaande heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De verzekeringsarts heeft aangenomen dat sprake is van rugproblematiek en hypertensie en daarvoor beperkingen opgenomen in de FML. De bezwaarverzekeringsarts volgt de visie van de verzekeringsarts en neemt nog extra beperkingen aan in verband met duizeligheidsklachten. De klachten van slaperigheid hangen samen met het bij appellant vastgesteld obstructief slaapapneusyndroom, in verband waarmee de bezwaarverzekeringsarts appellant tot zes uur per dag belastbaar acht. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om aan te nemen dat de in de FML opgenomen beperkingen niet voldoende zijn. De rechtbank heeft in de stukken geen reden gevonden om een psychiater of psycholoog als deskundige te benoemen, te meer niet nu appellant niet onder behandeling is van een psychiater of psycholoog. Ook het feit dat de WSW-indicatie van appellant is ingetrokken, kan de rechtbank niet tot een ander oordeel leiden.</para>
    <para />
    <para>2.2. De rechtbank heeft ook de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven. Uitgaande van de FML is mede gelet op de toelichting van de arbeidsdeskundige in haar rapport van 19 februari (lees: november) 2010, aannemelijk dat appellant in staat is de functies te vervullen die aan de schatting ten grondslag liggen. </para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming en dat onvoldoende rekening is gehouden met de bij hem bestaande klachten. Op basis van de uit die klachten voortkomende beperkingen meent appellant dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid hoger is dan door het Uwv is vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het medisch onderzoek door de verzekeringsartsen op basis van dossierstudie, eigen onderzoek en met verkregen informatie uit de behandelend sector op een voldoende zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat daarvan gemotiveerd en op inzichtelijke wijze is gerapporteerd.</para>
    <para />
    <para>4.2. De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat er geen reden is te twijfelen aan de juistheid van de FML. De Raad onderschrijft de aan dat oordeel ten grondslag liggende overwegingen, zoals samengevat weergegeven onder 2. De stukken die appellant in hoger beroep heeft overgelegd, noch hetgeen namens hem ter zitting is aangevoerd, hebben aannemelijk gemaakt dat er aanleiding is om te oordelen dat hij op medische gronden, naar objectieve maatstaven gemeten, meer beperkingen heeft dan zijn neergelegd in de FML. Uit de brief van de tandarts van 27 juni 2012 blijkt dat deze uit de overzichtsfoto van de gehele kaak geen bijzonderheden heeft gevonden. Ook de ingezonden informatie uit 2012 en 2013 over de oogklachten geeft geen aanknopingspunt voor het oordeel dat de voor appellant op de datum hier in geding, 21 juli 2008, geldende belastbaarheid niet op juiste waarde is geschat. Appellant heeft zijn stelling dat voor hem meer psychische beperkingen gelden dan door het Uwv per datum in geding is aangenomen, op geen enkele wijze onderbouwd. Uit het voorgaande volgt dat ook de Raad geen aanleiding ziet voor het raadplegen van een medische deskundige.</para>
    <para />
    <para>4.3. Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde beperkingen is in de voorhanden zijnde gegevens voldoende steun voor de juistheid van het oordeel van de rechtbank dat de belasting in de aan appellant voorgehouden functies zijn beperkingen niet te boven gaan en dat deze functies daarmee voor hem in medisch opzicht geschikt zijn te achten.</para>
    <para />
    <para>4.4. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2013.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) C.P.J. Goorden</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) H.J. Dekker</para>
    <para />
    <para>QH</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>