<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T03:19:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-06-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ8618</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-04-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6611 WAZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2011:5613" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2011:5613, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-06-22T17:09:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618 Centrale Raad van Beroep , 24-04-2013 / 11-6611 WAZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het Uwv heeft het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare  overschrijding van de bezwaartermijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ8618:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/6611 WAZ </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
      <para>29 september 2011, 11/1102 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 24 april 2013. </para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. E.F.J. Goossens, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 maart 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Goossens. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Bij besluit van 12 november 2010 heeft het Uwv appellant meegedeeld dat over de periode van 1 januari 2008 tot 1 januari 2009 geen uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt uitbetaald, omdat er eerst recht bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 25% of meer.</para>
    <para />
    <para>1.2. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 november 2010 is bij besluit van 26 januari 2011 (bestreden besluit) niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat vaststaat dat appellant het bezwaarschrift op 27 december 2010 persoonlijk heeft afgeleverd bij het Uwv en dat het bezwaarschrift dus na het einde van de termijn is ontvangen. Appellant heeft tot het laatste moment gewacht met het indienen van zijn bezwaarschrift. Dat appellant - onder meer - door weersomstandigheden het bezwaar niet op 24 december 2010 (de laatste dag van de bezwaartermijn) heeft kunnen indienen, dient volgens de rechtbank voor zijn risico te komen. </para>
    <para />
    <para>3.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
    <para />
    <para>3.2. Niet in geschil is dat appellant zijn bezwaar tegen het besluit van 12 november 2010 na afloop van de in de artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde termijn van zes weken heeft ingediend. Ter beoordeling staat de vraag of deze termijnoverschrijding verschoonbaar was.</para>
    <para />
    <para>3.3. In artikel 6:11 van de Awb is, voor zover hier van belang, bepaald dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift, een niet-ontvankelijkverklaring daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
    <para />
    <para>3.4. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De door appellant in hoger beroep aangevoerde gronden vormen goeddeels een herhaling van de gronden in beroep en leveren geen aanknopingspunten op om te komen tot een ander oordeel. Daarbij wordt nog opgemerkt dat appellant niet met stukken heeft onderbouwd dat hij gedurende de gehele bezwaartermijn buiten staat is geweest om een bezwaarschrift in te (laten) dienen. Uit het vorenstaande volgt dat het Uwv op goede gronden het bezwaar van appellant tegen het besluit van 12 november 2010 niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. Hetgeen onder 3.2 tot en met 3.4 is overwogen leidt tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>5. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 april 2013. </para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) van den Corput</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) G.J. van Gendt</para>
    <para />
    <para>QH</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>