<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-07-16T02:31:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ5740</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2166 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RVS:2012:BY5851" psi:type="http://psi.rechtspraak/conclusie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#overig">Conclusie: ECLI:NL:RVS:2012:BY5851, Overig</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T13:01:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740 Centrale Raad van Beroep , 27-03-2013 / 11-2166 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Einduitspraak na tussenuitspraak, zie LJN BY8581. Appellante heeft te kennen gegeven dat met het nieuwe besluit van 21 februari 2013 volledig aan haar bezwaren is tegemoet gekomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5740:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/2166 WW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
      <para>24 februari 2011, 10/3353 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellante)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 27 maart 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>De Raad heeft op 16 januari 2013 (LJN BY8581) een tussenuitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een besluit ingezonden van 21 februari 2013.</para>
    <para />
    <para>Appellante heeft haar zienswijze gegeven op dit besluit.</para>
    <para />
    <para>De zaak is verwezen naar een enkelvoudige kamer van de Raad.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van </para>
      <para>de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in verbinding met artikel 21, eerste en zesde lid, </para>
      <para>van de Beroepswet, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. Bij de tussenuitspraak is geoordeeld dat het Uwv ten onrechte ervan is uitgegaan dat appellante op en na 1 augustus 2006 jegens haar werkgeefster onverminderd aanspraak had op doorbetaling van het loon over 15,2 uur per week. De Raad heeft het Uwv opgedragen om opnieuw te beslissen op de bezwaren van appellante tegen de besluiten van het Uwv van </para>
      <para>11 november 2009 en 26 november 2009.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 21 februari 2013 heeft het Uwv de bezwaren van appellante alsnog gegrond verklaard. Het Uwv heeft zijn besluit van 11 november 2009 niet gehandhaafd, maar bepaald dat aan appellante met ingang van 1 augustus 2006 een tweede WW-uitkering voor 15,2 uur per week toekomt ter hoogte van € 40,45 bruto per uitkeringsdag. Het Uwv heeft ook zijn besluit van 26 november niet gehandhaafd voor zover daarbij aan appellante WW-uitkering werd geweigerd over de periode van 1 augustus 2006 tot 10 januari 2008 en vanaf 1 juni 2008. Bij het besluit van 21 februari 2013 heeft het Uwv verder bepaald dat aan appellante de wettelijke rente zal worden vergoed alsmede de kosten van rechtsbijstand in bezwaar. </para>
    <para />
    <para>3. Appellante heeft te kennen gegeven dat met het besluit van 21 februari 2013 volledig aan haar bezwaren is tegemoet gekomen.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. Uit overweging 4.2.8 van de tussenuitspraak volgt dat het bestreden besluit van </para>
      <para>9 juli 2010 moet worden vernietigd omdat het in strijd met artikel 7:12, eerste lid, </para>
      <para>van de Algemene wet bestuursrecht een deugdelijke motivering mist. De aangevallen uitspraak, waarbij de rechtbank het besluit van 9 juli 2010 in stand heeft gelaten, moet eveneens worden vernietigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2. Gelet op de overwegingen onder 2 en 3 heeft appellante geen belang bij een beoordeling van het besluit van 21 februari 2013.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. De kosten van rechtsbijstand worden vastgesteld op een bedrag van € 944,- in beroep en een bedrag van </para>
      <para>€ 1.180,- in hoger beroep, in totaal € 2.124,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>- verklaart het beroep tegen het besluit van 9 juli 2010 gegrond en vernietigt dit besluit;</para>
      <para>- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 2.124,-;</para>
      <para>- bepaalt dat het Uwv aan appellante het in eerste aanleg en hoger beroep betaalde griffierecht</para>
      <para>  van in totaal € 153,- vergoedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. </para>
      <para>De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2013.</para>
    </parablock>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) M. Greebe</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) P. Boer</para>
    <para />
    <para>QH</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>