<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T17:54:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ4417</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-1206 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4417">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4417</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:57:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4417 Centrale Raad van Beroep , 15-03-2013 / 12-1206 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4417:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd, ziet op terugvordering van de voorschotten die aan verzoekster zijn uitbetaald in afwachting van een beslissing op haar aanvraag om een WIA-uitkering. In dat kader kunnen partijen slechts verdeeld zijn over de hoogte van de terugvordering en/of de aanwezigheid van dringende redenen om van de terugvordering af te zien. Het rapport van Rübsaam bevat geen informatie die hierop een ander licht werpt, zodat het rapport - al was deze bekend geweest - niet tot een andere uitspraak zou hebben geleid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4417:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>12/1206 WIA </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 13 januari 2010, 08/4547 WIA</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 15 maart 2013</para>
    <para />
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Verzoekster heeft verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van de Raad. </para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft hierop gereageerd.</para>
    <para />
    <para>Partijen hebben nadere stukken ingebracht.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2013. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, is de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 juli 2008, 07/4409, vernietigd en het beroep tegen het besluit van 3 oktober 2007 ongegrond verklaard. Bij dat besluit heeft het Uwv ongegrond verklaard de bezwaren van verzoekster gericht tegen het besluit van 22 mei 2007, waarin - vooruitlopend op een beoordeling van verzoeksters mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) - is bepaald dat de in de periode van 19 september 2006 tot en met 28 februari 2007 uitbetaalde voorschotten worden teruggevorderd.</para>
    <para />
    <para>2. Verzoekster heeft uiteengezet dat uit het rapport van psychiater J. Rübsaam van 10 juni 2010, dat is opgesteld op verzoek van de rechtbank Amsterdam in het kader van een andere (beroeps)procedure tussen verzoekster en het Uwv, volgt dat haar psychische en lichamelijke klachten per einde wachttijd, te weten op 19 september 2006, niet juist zijn beoordeeld zodat de afwijzing van de WIA-uitkering per die datum, die geëffectueerd is met het besluit van 16 februari 2007, niet terecht is. Hierdoor, zo begrijpt de Raad, vervalt de wettelijke grondslag voor de terugvordering van de verstrekte voorschotten.</para>
    <para />
    <para>3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:</para>
      <para>a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,</para>
      <para>b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en</para>
      <para>c. waren zij bij de Raad bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3.2. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd, ziet op terugvordering van de voorschotten die aan verzoekster zijn uitbetaald in afwachting van een beslissing op haar aanvraag om een WIA-uitkering. </para>
    <para />
    <para>3.3. In dat kader kunnen partijen slechts verdeeld zijn over de hoogte van de terugvordering en/of de aanwezigheid van dringende redenen om van de terugvordering af te zien. Het rapport van Rübsaam bevat geen informatie die hierop een ander licht werpt, zodat het rapport - al was deze bekend geweest - niet tot een andere uitspraak zou hebben geleid.</para>
    <para />
    <para>3.4. Het verzoek om herziening dient daarom te worden afgewezen.</para>
    <para />
    <para>4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en E.J. Govaers en K. Wentholt als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 maart 2013.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) M.C. Bruning</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) K.E. Haan</para>
    <para />
    <para>JvC</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>