<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T17:25:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ3494</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-5478 WUBO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:54:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494 Centrale Raad van Beroep , 07-03-2013 / 12-5478 WUBO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WUBO. Afwijzing aanvraag voor een vergoeding voor fysiotherapie. Het is voldoende duidelijk dat appellant niet vanwege zijn oorlogsinvaliditeit is aangewezen op fysiotherapie. De gewrichtsklachten zijn geduid als een degeneratieve aandoening ter zake waarvan een verband ontbreekt met de oorlogservaringen van appellant.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3494:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12/5478 WUBO </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak in het geding tussen</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 7 maart 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 september 2012, kenmerk BZ01499989 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2013. Daar is appellant niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is geboren in 1936 in het toenmalige Nederlands-Indië. Naar aanleiding van de aanvraag van juli 2009 is hij door verweerder op grond van blijvende psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Daarbij is ook het standpunt ingenomen dat de gewrichtsklachten, voetklachten, evenwichtsstoornissen en neurologische klachten niet in verband kunnen worden gebracht met de oorlogservaringen van appellant.</para>
    <para />
    <para>1.2. In mei 2012 heeft appellant bij verweerder een aanvraag ingediend voor een vergoeding voor fysiotherapie. Verweerder heeft die aanvraag afgewezen bij besluit van 5 juni 2012. Deze afwijzing is na gemaakt bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit. Daartoe is overwogen dat appellant op grond van psychische invaliditeit niet is aangewezen op deze voorzieningen. </para>
    <para />
    <para>2. Naar aanleiding van hetgeen in beroep is aangevoerd, overweegt de Raad als volgt.</para>
    <para />
    <para>2.1.  Op grond van artikel 32 van de Wubo komen voor vergoeding in aanmerking - kort weergegeven - de extra ten laste van het burger-oorlogsslachtoffer blijvende kosten van medische voorzieningen die noodzakelijk zijn in verband met zijn oorlogsinvaliditeit. </para>
    <para />
    <para>2.2. Op grond van de voorhanden zijnde medische gegevens en de door appellant zelf ingediende aanvraag is het voor de Raad voldoende duidelijk dat appellant niet vanwege zijn oorlogsinvaliditeit is aangewezen op fysiotherapie. Zo heeft een tweetal geneeskundig adviseurs op grond van informatie van de huisarts dr. E.J.W. Maarsingh geconcludeerd dat de therapie is voorgeschreven vanwege arthrose van de heupen en de knieën. Appellant heeft bij zijn aanvraag aangegeven dat de voorziening voor fysiotherapie nodig is in verband met loophulp en evenwichtsstoornissen. De gewrichtsklachten zijn naar aanleiding van de onder 1.1 genoemde aanvraag van 2009 al geduid als een degeneratieve aandoening ter zake waarvan een verband ontbreekt met de oorlogservaringen van appellant. Een dergelijk verband werd destijds ook niet aanvaard voor de evenwichtstoornissen. Gegevens die nu tot een ander standpunt zouden moet leiden zijn door appellant niet ingebracht. Onder deze omstandigheden biedt artikel 32 van de Wubo geen mogelijkheid om de gevraagde vergoeding toe te kennen. </para>
    <para />
    <para>2.3. Het voorgaande brengt mee dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en het beroep ongegrond moet worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 maart 2013.</para>
    <para />
    <para>(getekend) B.J. van de Griend</para>
    <para />
    <para>(getekend) E. Heemsbergen</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>