<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T17:20:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ3446</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6002 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:54:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446 Centrale Raad van Beroep , 06-03-2013 / 11-6002 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging ZW-uitkering omdat appellant niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid. De bva heeft een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding en, mede gelet op de beschikbare gegevens van de behandelend sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellant op die datum niet buiten staat was zijn werk te verrichten. Dat de bva gelet op zijn onderzoeksbevindingen heeft vastgesteld dat de in voormelde FML opgenomen beperkingen ten tijde van zijn onderzoek nog steeds van toepassing waren, is een verantwoorde conclusie die door appellant niet overtuigend wordt bestreden. Appellant heeft immers geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om de conclusie van de bva in twijfel te trekken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ3446:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/6002 ZW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van </para>
      <para>26 augustus 2011, 10/4143 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 6 maart 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. J.J.C. van Haren, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2013. Appellant is - samen met zijn dochter - verschenen. Hij is bijgestaan door mr. Van Haren en een tolk. Het Uwv heeft zich met berichtgeving niet laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellant ontving vanaf 4 september 2007 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (Wao), die per 1 maart 2008 werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. Met ingang van 1 maart 2008 is appellant voor 40 uur per week gaan werken als kraanmachinist bij [naam werkgever], te [vestigingsplaats]. Deze dienstbetrekking is op 9 maart 2010 geëindigd. Op 16 februari 2010 is appellant wegens rugklachten uitgevallen voor zijn werk. </para>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 7 oktober 2010 heeft het Uwv de aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) met ingang van 14 oktober 2010 beëindigd, omdat appellant op en na deze datum niet meer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.</para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 16 november 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 7 oktober 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4.1. De rechtbank heeft het bestreden besluit wegens schending van artikel 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd, omdat het Uwv in het kader van de bezwaarprocedure heeft nagelaten een arbeidskundig onderzoek te laten verrichten, dat door de bezwaarverzekeringsarts kennelijk nodig werd geacht.</para>
    <para />
    <para>4.2. In beroep heeft het Uwv dat arbeidskundig onderzoek alsnog laten verrichten. De arbeidsdeskundige is in zijn rapport van 19 april 2011 tot de conclusie gekomen dat in de functie van kraanmachinist geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid van appellant, zoals neergelegd in een op 3 oktober 2006 opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.3. De rechtbank achtte niet gebleken van aanknopingspunten op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts onzorgvuldig is geweest. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de bezwaarverzekeringsarts appellant heeft onderzocht en informatie van de behandelend sector bij zijn beoordeling heeft betrokken. </para>
      <para>Nu het Uwv naar het oordeel van de rechtbank terecht heeft besloten dat appellant per 14 oktober 2010 geen recht heeft op ZW-uitkering heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit volledig in stand gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Het hoger beroep is gericht tegen het hiervoor weergegeven oordeel van de rechtbank.</para>
    <para />
    <para>6. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>6.1. Hetgeen appellant heeft aangevoerd is geen reden om van het oordeel van de rechtbank, neergelegd in de aangevallen uitspraak, af te wijken en de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen niet te onderschrijven. De bezwaarverzekeringsarts heeft een zorgvuldig onderzoek ingesteld naar de gezondheidstoestand van appellant ten tijde in geding en, mede gelet op de beschikbare gegevens van de behandelend sector, op verantwoorde wijze geconcludeerd dat appellant op die datum niet buiten staat was zijn werk te verrichten. Dat de bezwaarverzekeringsarts gelet op zijn onderzoeksbevindingen heeft vastgesteld dat de in voormelde FML opgenomen beperkingen ten tijde van zijn onderzoek nog steeds van toepassing waren, is een verantwoorde conclusie die door appellant niet overtuigend wordt bestreden. Appellant heeft immers geen medische gegevens ingebracht die reden vormen om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel te trekken. </para>
    <para />
    <para>7. Uit hetgeen is overwogen onder 6.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten, moet worden bevestigd</para>
    <para />
    <para>8. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2013.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) Ch. van Voorst</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) D.E.P.M. Bary</para>
    <para />
    <para>JvC</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>