<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T17:01:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ2673</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-4037 MAW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2673">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2673</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:52:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2673 Centrale Raad van Beroep , 28-02-2013 / 11-4037 MAW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2673:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing na sollicitatie. Op grond van de bevindingen bij het sollicitatiegesprek heeft de commandant afwijzend mogen beslissen, omdat de vereiste bekwaamheid en geschiktheid niet aanwezig werd geacht. Dat appellant in zijn functie van tweede teamleider goed scoorde op de genoemde punten wil nog niet zeggen dat dit ook zal gelden voor een functie op een hoger niveau.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2673:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/4037 MAW</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 25 mei 2011, 10/4547 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de commandant der Koninklijke marechaussee (commandant)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak  28 februari 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>De commandant heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het beroep is behandeld ter zitting van 17 januari 2013, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. H.W.F.M. Schmitz. De commandant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.N. Koster.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Appellant heeft op 4 november 2009 gesolliciteerd naar de functie van eerste teamleider operaties in het district Zuid, brigade Babant Zuid. Hij was toen werkzaam als tweede teamleider bij de Brigade Limburg Zuid in de rang van adjudant. Bij besluit van 11 december 2009 heeft de commandant hierop afwijzend beslist, welke afwijzing na bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 19 mei 2010.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het door appellant tegen laatstgenoemd besluit ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.</para>
    <para />
    <para>3. In beroep heeft appellant aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het besluit van 19 mei 2010 in stand heeft gelaten. Appellant was bodemgeschikt en de enige kandidaat voor de geambieerde functie, op grond waarvan de functie aan hem had moeten worden toegewezen. Het beoordelen van zijn competenties alleen op basis van een sollicitatiegesprek is naar zijn mening onvoldoende. Appellant zou geen eerlijke kans hebben gekregen, omdat de voorzitter van de sollicitatiecommissie in een eerdere functie tekortkomingen heeft geconstateerd bij hem. Er is volgens appellant onvoldoende rekening gehouden met zijn staat van dienst en goede wijze van functioneren.</para>
    <para />
    <para>4. De commandant heeft gemotiveerd verweer gevoerd.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad volgt de rechtbank in het oordeel dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 19 mei 2010 in stand kunnen worden gelaten.</para>
    <para />
    <para>5.1. Niet in geschil is dat appellant bodemgeschikt was voor de door hem geambieerde functie van eerste teamleider. Volgens het op basis van de tot 1 februari 2011 geldende Beleidsregel aanstelling, functietoewijzing en bevordering defensie gevoerde beleid krijgt de bodemgeschikte kandidaat als hij de enige kandidaat is de functie toegewezen, tenzij er op basis van nadere selectie dringende redenen zijn deze persoon de functie niet toe te wijzen.</para>
    <para />
    <para>5.2. In het onderhavige geval heeft de commandant dringende redenen aanwezig geacht, omdat de sollicitatiecommissie op basis van het gesprek met appellant tot de conclusie was gekomen dat hij onvoldoende visie had getoond en niet voldeed aan de voor de functie vereiste competenties coaching, plannen en organiseren, besluitvaardigheid en flexibiliteit. </para>
    <para />
    <para>5.3. Zoals van de zijde van de commandant in beroep en hoger beroep nader is toegelicht, is bij de beoordeling van de geschiktheid van een kandidaat voor een bepaalde functie het belang van de selectiegesprekken in de loop van de tijd toegenomen. Op grond van de bevindingen bij het sollicitatiegesprek heeft de commandant afwijzend mogen beslissen, omdat de vereiste bekwaamheid en geschiktheid niet aanwezig werd geacht. De vereiste competenties zijn vermeld in de beschrijving van de vacature, dus deze waren aan appellant bekend. Voldoende is onderbouwd dat op basis van het gesprek niet tot de conclusie kon worden gekomen dat appellant aan deze competenties voldeed. Dat appellant door de eerdere ervaringen van de voorzitter van die commissie met hem geen eerlijke kans heeft gekregen is onvoldoende gebleken. Ook de andere leden van de commissie kwamen tot hetzelfde oordeel en het advies van de commissie omvatte ook positieve punten. Dat appellant in zijn functie van tweede teamleider goed scoorde op de genoemde punten wil nog niet zeggen dat dit ook zal gelden voor een functie op een hoger niveau. De eerder wel beloonde visie is eveneens gerelateerd aan dat functieniveau.</para>
    <para />
    <para>5.4. Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>6. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en B. Barentsen en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2013.</para>
    <para>						</para>
    <para>(getekend) A. Beuker-Tilstra</para>
    <para>						</para>
    <para>(getekend) S.K. Dekker</para>
    <para />
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>