<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2592</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T16:57:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ2592</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-4532 AW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2592">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2592</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2592 Centrale Raad van Beroep , 21-02-2013 / 11-4532 AW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2592:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om functieonderhoud. De werkzaamheden zoals die in de taakomschrijving zijn vermeld zijn wel in de functietypering van Technisch medewerker B/BOU onder te brengen en verschillen daar niet wezenlijk van. De kern van de werkzaamheden is niet wezenlijk veranderd. Appellant is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afweken van de functiebeschrijving.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2592:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/4532 AW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 23 juni 2011, 10/2960 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de korpschef van politie (korpschef)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 21 februari 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. R. Achttienribbe, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaken 12/360 AW tot en met 10/364 AW, plaatsgevonden op 10 januari 2013. Appellant is ter zitting verschenen, bijgestaan door mr. Achttienribbe. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Y. Kuyt. Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. Thans wordt in deze zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Ingevolge artikel 5 van de Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012, Stb. 2012, 316) is in dit geschil de korpschef in de plaats getreden van de korpsbeheerder van de politieregio [naam regio], ten name van wie het geding aanvankelijk is gevoerd. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van de korpschef, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) de korpsbeheerder verstaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Appellant was werkzaam bij de politieregio [naam regio] in de functie van Eerste monteur voertuiginspecteur en ingedeeld in schaal 5. Na een reorganisatie is appellant met ingang van 1 juli 2008 geplaatst in de organieke functie van Technisch medewerker B/BOA, schaal 5, bij het onderdeel Dienst Facilitaire Services. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij brief van 11 juli 2009 heeft de chef van de Dienst Facilitaire Services namens appellant gevraagd de functie van appellant te hertoetsen omdat appellant extra werkzaamheden verricht. De korpschef heeft de feitelijke werkzaamheden van appellant geïnventariseerd en op grond daarvan de taakomschrijving van 7 december 2009 opgesteld. Op basis daarvan is een advies opgesteld en daaruit is de conclusie getrokken dat de functietypering van Technisch medewerker B/BOA, schaal 5, het beste aansluit bij de inhoud van de functie van appellant. Bij besluit van 8 maart 2010 heeft de korpschef het verzoek om functieonderhoud afgewezen. </para>
    <para />
    <para>1.4. Bij besluit van 28 september 2010 (bestreden besluit) is het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Daaraan heeft de korpschef ten grondslag gelegd dat de feitelijke werkzaamheden van appellant niet wezenlijk afwijken van de functie Technisch medewerker B/BOA. Daarbij komt dat er voor is gekozen om onregelmatige diensten niet als bezwarende omstandigheid aan te merken nu die diensten worden beloond via de inconveniëntenregeling.  </para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - overwogen dat uit de taakomschrijving blijkt dat het doel van de functie is het uitvoeren van voertuiginspecties bij verkeerscontroles en van nacontroles in de werkplaats, het opstellen van rapportages binnen de gestelde richtlijnen, het informeren van het publiek over technische bevindingen en het uitvoeren van servicebeurten en reparaties aan dienstauto’s. Ten aanzien van technisch onderzoek wordt vermeld dat appellant dit doet bij een voertuig op locatie bij verkeerscontroles en nacontrole van het voertuig uitvoert in de werkplaats, de resultaten rapporteert van een technisch onderzoek als aanvulling op het proces-verbaal en de bevindingen terugkoppelt aan het publiek. Uit de taakomschrijving blijkt dat dit geheel van taken hoort bij de functie van appellant; dit geheel verschilt niet wezenlijk van de beschrijving van de werkzaamheden in de taakomschrijving en is onder het bestanddeel ‘Opsporingsactiviteiten’ te plaatsen. Nu het opnemen van een gedetailleerde taakomschrijving in een functietypering niet past binnen het systeem van organieke functiebeschrijving heeft de korpschef zich terecht op het standpunt gesteld dat de functietypering Technisch medewerker B/BOA op appellant van toepassing is. Ten slotte is niet gebleken van verzwarende omstandigheden die reden geven tot een aangepaste waardering, zodat terecht het verzoek tot functieonderhoud is afgewezen.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant gesteld dat de taakomschrijving een breder veld aan werkzaamheden omvat dan is vermeld in de functietypering. De opsporingsactiviteiten zijn niet of niet volledig opgenomen, nu in de taakomschrijving slechts het aanvullen van het proces-verbaal staat en appellant zelfstandig proces-verbaal dient op te maken. In de functietypering ontbreken ook de werkzaamheden van het technisch onderzoek, zoals die vermeld zijn onder het kopje ‘contacten’ in de taakomschrijving. Voorts is sprake van verzwarende omstandigheden, onder andere fysieke inspanningen en behendigheid, psychische druk en kans op conflicten. Ook is sprake van onregelmatige diensten. Appellant heeft aangevoerd dat het feit dat sprake is van een organieke functie er niet aan in de weg staat dat gekeken moet worden naar de feitelijke werkzaamheden. Ten slotte is de rechtbank ten onrechte voorbijgegaan aan de stelling van appellant dat de korpschef ten onrechte slechts de functiereeks facilitaire ondersteuning in ogenschouw heeft genomen. De functie van appellant kenmerkt zich door werkzaamheden die verder strekken. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad gaat het bij een verzoek om functieonderhoud om de vraag of de feitelijk opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving. Het is aan appellanten om dat aannemelijk te maken. Bij de beantwoording van die vraag is een slechts terughoudende toetsing niet op haar plaats nu die beantwoording zich moet richten op de vaststelling van feiten (CRvB 25 februari 2010, LJN BL6876). </para>
    <para />
    <para>4.2. In de op 7 december 2009 vastgestelde taakomschrijving zijn de werkzaamheden van appellant beschreven. Deze taakomschrijving is vervolgens afgezet tegen voornoemde functietypering, waarin de functie van appellant in hoofdlijnen is weergegeven. De abstracte beschrijving van deze organieke functietypering, waarin niet elke opgedragen taak apart wordt benoemd is inherent aan het systeem van beredeneerd vergelijken. </para>
    <para />
    <para>4.3. Met de rechtbank wordt geconcludeerd dat de werkzaamheden zoals die in de taakomschrijving zijn vermeld wel in de functietypering van Technisch medewerker B/BOU zijn onder te brengen en daar niet wezenlijk van verschillen. De werkzaamheden van appellant zijn blijven bestaan uit het verrichten van keuringen, metingen en de verzorging van het wagenpark op locatie en in de werkplaats. De werkzaamheden hebben zich weliswaar uitgebreid naar de openbare ruimte, maar de kern van de werkzaamheden is niet wezenlijk veranderd. Daarbij is van belang dat ook voor de uitbreiding van de werkzaamheden contact met het publiek onderdeel van de functie was. Dat dit is toegenomen, maakt niet dat om die reden tot functieonderhoud zou moeten worden overgegaan. </para>
    <para />
    <para>4.4. Ook het gegeven dat appellant zelfstandig processen-verbaal dient op te maken, leidt niet tot dat oordeel. Die taak is onder te brengen onder het bestanddeel ‘opsporingsactiviteiten’. Dat in de taakomschrijving slechts het aanvullen van het proces-verbaal is vermeld, maakt dit niet anders nu het proces-verbaal bij uitstek onderdeel uitmaakt van een groter dossier en daarmee aanvullend is te noemen. De beschreven taak komt ook overeen met de kern van de functie van appellant, namelijk het technisch ondersteuning bieden. Appellant is er dan ook niet in geslaagd aannemelijk te maken dat de opgedragen werkzaamheden gedurende langere tijd wezenlijk afweken van de functiebeschrijving. </para>
    <para />
    <para>4.5. Appellant heeft ten slotte aangevoerd dat de korpschef ten onrechte slechts de reeks facilitaire ondersteuning in ogenschouw heeft genomen, omdat de functie van appellant zich kenmerkt door werkzaamheden die verder strekken dan facilitaire ondersteuning. Uit het dossier blijkt dat de ter onderbouwing van die stelling overgelegde functiebeschrijvingen geen referentiefuncties zijn en om die reden al niet kunnen worden gehanteerd. Voorts past de functie van appellant, gelet op de kern van de werkzaamheden van appellant om ondersteuning te bieden aan of bij meerdere processen, bij uitstek in de reeks van de facilitaire ondersteuning. </para>
    <para />
    <para>5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door K.J. Kraan als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en C.H. Bangma als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2013.</para>
    <para />
    <para>(getekend) K.J. Kraan</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) M.R. Schuurman</para>
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>