<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T16:55:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ2451</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-4633 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:51:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451 Centrale Raad van Beroep , 27-02-2013 / 11-4633 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering  een WAO-uitkering toe te kennen. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen sprake was van toename van arbeidsongeschiktheid. Net als de rechtbank ziet de Raad in de beschikbare medische stukken geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de beperkingen van appellante, zoals neergelegd in de FML van 24 september 2004, sinds december 2009 zijn toegenomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ2451:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/4633 WAO </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van </para>
      <para>27 juni 2011, 10/1592 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellante)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak  27 februari 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellante heeft mr. J.J. Achterveld, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 januari 2013.</para>
      <para>Appellante is - met kennisgeving - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. O. de Jong.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Appellante is in maart 1999 uitgevallen voor haar werk als medewerkster callcenter in verband met spierklachten en rugklachten. Aan appellante is met ingang van 6 maart 2000 een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het Uwv heeft bij besluit van 10 februari 2005 de WAO-uitkering van appellante met ingang van </para>
      <para>10 april 2005 ingetrokken aangezien zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Dit besluit berustte mede op een onderzoek van de verzekeringsarts en de in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 24 september 2004 neergelegde beperkingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Naar aanleiding van een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 17 december 2009 heeft de verzekeringsarts appellante op 2 maart 2010 onderzocht. De verzekeringsarts concludeerde in een rapport van 15 maart 2010 dat de locomotore klachten niet wezenlijk zijn gewijzigd en dat er geen aanleiding is om de gestelde belastbaarheid van 24 september 2004 te wijzigen. Bij besluit van 18 maart 2010 heeft het Uwv geweigerd appellante met ingang van 17 december 2009 een WAO-uitkering toe te kennen, omdat er geen sprake was van toegenomen beperkingen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3. In de bezwaarprocedure heeft de bezwaarverzekeringsarts in het rapport van 14 juli 2010 de overgelegde medische gegevens, waaronder een schrijven van cardioloog dr. M.W. Feenema-Aardema van 16 april 2010, van longarts H.R. Pasma van 8 juni 2010 en van reumatoloog i.o. dr. R. Bos en reumatoloog dr. A. Spoorenberg van 6 juli 2010, weergegeven en gewogen. De bezwaarverzekeringsarts heeft aan de hand van de door appellante gepresenteerde klachten en op basis van de beschikbare medische informatie uiteengezet dat de huidige longaandoening (parenchymschade) geen deel uitmaakte van de aandoeningen die leidden tot eerdere arbeidsongeschiktheid. In beoordelingen in het verleden is er geen enkele aanleiding geweest om beperkingen te relateren aan een longaandoening. De bezwaarverzekeringsarts heeft vastgesteld dat bij cardiologisch onderzoek in 2009 een normale ergometrie is vermeld. Hij merkte op dat een hartafwijking of ritmestoornis geen relatie heeft met de eerder vastgestelde fibromyalgie. De bezwaarverzekeringsarts heeft gerapporteerd dat er stresserende omstandigheden in de sociale context zijn geweest die leidden tot een consult bij een sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Er is in psychiatrisch opzicht geen actuele ziekte die tot beperkingen leidt. De bezwaarverzekeringsarts heeft opgemerkt dat in het optreden van de toegenomen lichamelijke klachten </para>
      <para>(somatoforme stoornis) wel een relatie is met een eerder vastgestelde ziekte en/of gebrek, maar dat er geen aanleiding is om nu meer beperkingen ten aanzien van arbeid aan te nemen dan voorheen. Vervolgens heeft het Uwv bij besluit van 15 juli 2010 het bezwaar tegen het besluit van 18 maart 2010 ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het besluit van 15 juli 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank wees op het onderzoek van de verzekeringsartsen die ten aanzien van de psychische klachten en hartkloppingen geen aanleiding hebben gezien om meer beperkingen aan te nemen ten opzichte van de FML van 24 september 2004 (die ten grondslag ligt aan de intrekking van de WAO-uitkering met ingang van 10 april 2005). Ten aanzien van de longklachten van appellante heeft de rechtbank overwogen dat uit de stukken niet kan worden afgeleid dat de arbeidsongeschiktheid van appellante voor 10 april 2005 (mede) werd veroorzaakt door longklachten. Wat er ook zij van een eerdere verdenking op een longembolie bij appellante in het verleden, er zijn geen beperkingen in de FML opgenomen die zijn veroorzaakt door een longaandoening, aldus de rechtbank in navolging van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank heeft in de beschikbare medische gegevens geen redenen gezien om te twijfelen aan de juistheid van dit standpunt van de bezwaarverzkeringsarts.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante verwezen naar de in eerdere fasen van de procedure voorgedragen gronden. Zij heeft herhaald dat in december 2009 sprake is van een toename van arbeidsongeschiktheid en dat die toename voortkomt uit dezelfde oorzaak als de arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan door haar in het verleden uitkering is genoten. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat er geen sprake was van toename van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 43a van de WAO. Net als de rechtbank ziet de Raad in de beschikbare medische stukken geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de beperkingen van appellante, zoals neergelegd in de FML van 24 september 2004, sinds december 2009 zijn toegenomen. De Raad onderschrijft wat de rechtbank daartoe heeft overwogen, als samengevat weergegeven in rechtsoverweging 2. </para>
    <para />
    <para>4.2. In hoger beroep heeft appellante geen medische gegevens ingebracht die twijfel doen rijzen aan de juistheid van de door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts getrokken conclusies. </para>
    <para />
    <para>4.3. De overwegingen 4.1 en 4.2 leiden tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2013.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) C.W.J. Schoor</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) Z. Karekezi</para>
    <para />
    <para>CVG</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>