<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T21:28:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ1797</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12/348 WW + 12/349 WW + 12/350 WW + 12/351 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2013/174</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:48:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797 Centrale Raad van Beroep , 20-02-2013 / 12/348 WW + 12/349 WW + 12/350 WW + 12/351 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>In verband met onwerkbaar weer door vorst en sneeuw in de maand december van 2010 hebben appellanten ieder afzonderlijk een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van art. 18 WW. Het Uwv heeft de aanvragen afgewezen onder de overweging dat appellanten niet werkloos waren op grond van art. 16 WW.</para>
        <para>In hoger beroep hebben appellanten gesteld dat de werkgeefster zich niet kan aansluiten bij een cao. Werkgevers die wel waren aangesloten ontvingen bij onwerkbaar weer direct WW-uitkeringen voor hun werknemers zodat sprake is van oneerlijke concurrentie.</para>
        <para>Raad: Door appellanten is erkend dat op de werkgeefster over de periode in geding een loondoorbetalingsverplichting rustte. De werkgeefster heeft het loon ook daadwerkelijk doorbetaald. Om die reden is geen werkloosheid ontstaan in de betreffende periode zodat een uitkering op grond van art. 18 WW evenmin aan de orde is.</para>
        <para>Aan het feit dat voor appellanten premie is betaald ontlenen zij niet een recht op een WW-uitkering indien niet aan alle daartoe gestelde wettelijke vereisten is voldaan. Dat sprake is van oneerlijke concurrentie - wat daar verder van zij - geeft niet de mogelijkheid om van art. 16 WW af te wijken.</para>
        <para>Voor een aantal sectoren hanteerde het Uwv een beleid ten aanzien van het recht op uitkering wegens buitengewone weersomstandigheden. Dit beleid is met ingang van 1 april 2009 ingetrokken bij het Besluit intrekking UWV-beleid inzake het recht op uitkering bij werkloosheid vanwege vorst en andere buitengewone natuurlijke omstandigheden in bepaalde sectoren (Stcrt. 15 juli 2008, nr. 134, pag. 21). De overgangsregeling in dat besluit voorzag in een handhaving van het beleid in de winterperiode 2008/2009. Nog daargelaten of het beleid ook de sector bestreek waarin appellanten werkzaam waren, kunnen zij ten aanzien van de periode in geding - december 2010 - daarom geen aanspraken aan dat beleid ontlenen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1797:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12/348 WW, 12/349 WW, 12/350 WW, 12/351 WW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 5 december 2011, 11/714, 11/715, 11/716, 11/717 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>[appellant 1],</para>
      <para>[appellant 2],</para>
      <para>[appellant 3] en</para>
      <para>[appellant 4] (appellanten)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 20 februari 2013</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellanten heeft L.J.L. Brinkmans hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2013. Namens appellanten is L.J.L. Brinkmans verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Appellanten zijn werkzaam als monteurs bij [werkgeefster] (werkgeefster). In verband met onwerkbaar weer door vorst en sneeuw in de maand december van 2010 hebben zij ieder afzonderlijk op 14 januari 2011 bij het Uwv een aanvraag ingediend om een uitkering op grond van artikel 18 van de Werkloosheidswet (WW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij afzonderlijke besluiten van 21 januari 2011 heeft het Uwv de aanvragen afgewezen onder de overweging dat appellanten niet werkloos waren op grond van artikel 16 van de WW. Tegen die besluiten hebben appellanten bezwaar gemaakt. Bij afzonderlijke besluiten van 20 april 2011 (bestreden besluiten) heeft het Uwv die bezwaren ongegrond verklaard. Volgens het Uwv was er sprake van een normaal bedrijfsrisico en bestond er daarom voor appellanten recht op loon. Tevens heeft het Uwv gesteld dat op appellanten niet langer het zogenoemde sectorbeleid werd toegepast omdat dat beleid vanaf 1 april 2009 is ingetrokken.</para>
    <para />
    <para>2. Appellanten hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank die beroepen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het standpunt van het Uwv onderschreven dat de periode, gedurende welke appellanten door het winterweer niet konden werken, in redelijkheid voor rekening van werkgeefster behoorde te blijven. Verder heeft de rechtbank het standpunt van het Uwv onderschreven dat het beleid inzake het recht op uitkering bij werkloosheid vanwege buitengewone natuurlijke omstandigheden niet meer gold op het moment waarop zij hun aanvraag om een uitkering deden.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep hebben appellanten gesteld dat de werkgeefster zich niet kan aansluiten bij een cao. Werkgevers die wel waren aangesloten ontvingen bij onwerkbaar weer direct WW-uitkeringen voor hun werknemers zodat sprake is van oneerlijke concurrentie. Appellanten hebben verder gesteld dat zij nog op basis van het beleid ten aanzien van werkloosheid bij onwerkbaar weer aanspraak op een uitkering hebben.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Voor de toepasselijke wettelijke bepalingen wordt verwezen naar onderdelen 5 tot en met 9 van de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4.2. Ter zitting is door appellanten erkend dat op de werkgeefster over de periode in geding een loondoorbetalingsverplichting rustte. De werkgeefster heeft het loon ook daadwerkelijk doorbetaald. Zoals eveneens ter zitting door appellanten is erkend, is om die reden geen werkloosheid ontstaan in de betreffende periode zodat een uitkering op grond van artikel 18 van de WW evenmin aan de orde is.</para>
    <para />
    <para>4.3. Aan het feit dat voor appellanten premie is betaald ontlenen zij niet een recht op een WW-uitkering indien niet aan alle daartoe gestelde wettelijke vereisten is voldaan. Dat sprake is van oneerlijke concurrentie - wat daar verder van zij - geeft niet de mogelijkheid om van artikel 16 van de WW af te wijken.</para>
    <para />
    <para>4.4. Voor een aantal sectoren hanteerde het Uwv een beleid ten aanzien van het recht op uitkering wegens buitengewone weersomstandigheden. Dit beleid is met ingang van 1 april 2009 ingetrokken bij het Besluit intrekking UWV-beleid inzake het recht op uitkering bij werkloosheid vanwege vorst en andere buitengewone natuurlijke omstandigheden in bepaalde sectoren (Stcrt. 15 juli 2008, nr. 134, pag. 21). De overgangsregeling in dat besluit voorzag in een handhaving van het beleid in de winterperiode 2008/2009. Nog daargelaten of het beleid ook de sector bestreek waarin appellanten werkzaam waren, kunnen zij ten aanzien van de periode in geding - december 2010 - daarom geen aanspraken aan dat beleid ontlenen.</para>
    <para />
    <para>4.5. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en E.J. Govaers als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2013.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) G.A.J. van den Hurk</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) J.R. Baas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>