<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T07:16:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ1730</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1691 WMO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2013/516</rdf:li>
          <rdf:li>RSV 2013/112</rdf:li>
          <rdf:li>JWWB 2013/66</rdf:li>
          <rdf:li>ABkort 2013/84</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1730">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1730</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:48:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1730 Centrale Raad van Beroep , 20-02-2013 / 11-1691 WMO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1730:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling maximale eigen bijdrage in het kader van de Wmo. Van een rechtens relevante toezegging van de zijde van CAK inhoudende dat in het geval van betrokkene bij de vaststelling van de eigen bijdrage van wet- of regelgeving zal worden afgeweken is geen sprake. De enkele omstandigheid dat naar de stelling van betrokkene zij door CAK niet op voldoende wijze is ingelicht omtrent de maximale hoogte van de eigen bijdrage is onvoldoende voor afwijking van een dwingendrechtelijk voorschrift. Van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van een dwingendrechtelijke voorschrift is mitsdien geen sprake. Het hoger beroep van CAK slaagt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1730:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/1691 WMO </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 20 januari 2011, 09/1342 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>het Centraal Administratie Kantoor (CAK) </para>
    <para />
    <para>[A], namens [B te C] (betrokkene)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 20 februari 2013</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>CAK heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Betrokkene heeft geen verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 november 2012. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.C.A. van Eer en drs. P. Brits. Betrokkene [B] heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.A.M. Staal, advocaat, en [A].</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Bij besluit van 3 april 2009 heeft CAK, beslissend op bezwaar, zijn besluiten van 1 juli 2008 gehandhaafd, waarbij voor betrokkene de maximale eigen bijdrage in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor de perioden 2 tot en met 13 van het zorgjaar 2008 en de feitelijke eigen bijdrage voor de perioden 2 tot en met 4 van het zorgjaar 2008 zijn vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door [A] namens betrokkene ingediende beroep tegen het besluit van 3 april 2009 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat CAK een nieuw besluit dient te nemen ter zake van de verschuldigde eigen bijdrage voor verleende zorg. De rechtbank heeft vastgesteld dat niet in geschil is dat zorg aan betrokkene is geleverd en dat evenmin in geschil is dat de hoogte van de vastgestelde eigen bijdrage in overeenstemming is met de wet. CAK heeft echter miskend dat zich in dit geval zodanige bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan dat de strikte toepassing van de aan de orde zijnde wettelijke voorschriften in die mate in strijd komt met het ongeschreven recht dat dit op grond daarvan geen rechtsplicht meer is. CAK heeft betrokkene onvoldoende informatie verstrekt over de hoogte van de eigen bijdrage.</para>
    <para />
    <para>3.1. CAK heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van de in dit geval toegepaste wettelijke voorschriften. CAK heeft erop gewezen dat reeds bij het indicatiebesluit, verzonden op 6 februari 2008, betrokkene is ingelicht dat voor de toegekende hulp een eigen bijdrage is verschuldigd. Voorts heeft CAK er op gewezen dat betrokkene zich op de hoogte had kunnen stellen van de hoogte van de maximale eigen bijdrage. CAK heeft gewezen op door hem uitgegeven voorlichtingsfolders, zijn website en het gratis informatienummer.</para>
    <para />
    <para>3.2. Betrokkene heeft gesteld dat indien zij door CAK eerder op de hoogte was gebracht van het bedrag van de maximale eigen bijdrage zij ervoor zou hebben gekozen geen gebruik te maken van voorzieningen op grond van de Wmo.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. De regelingen waarop de in geding zijnde vaststellingen zijn gebaseerd zijn dwingendrechtelijk van aard. Tussen partijen is niet in geschil dat de hoogte van zowel de maximale eigen bijdrage, als de feitelijke eigen bijdrage is vastgesteld overeenkomstig de wettelijke voorschriften. Evenmin is tussen partijen in geschil dat de hoogte van de eigen bijdrage is vastgesteld binnen de termijn vermeld in artikel 4.4 van het op de Wmo gebaseerde Besluit maatschappelijke ondersteuning.</para>
    <para />
    <para>4.3. Tussen partijen is slechts in geschil of de omstandigheden van het geval zodanig zwaarwegend zijn dat deze nopen tot een afwijking van dwingendrechtelijke voorschriften. De wet- en regelgever hebben het uitdrukkelijk mogelijk gemaakt dat de eigen bijdrage wordt opgelegd binnen twee jaar na aanvang van de maatschappelijke ondersteuning. Dit is ook geschied. Het opleggen van een eigen bijdrage is derhalve in overeenstemming met hetgeen de wet- en regelgever hebben beoogd. Van een rechtens relevante toezegging van de zijde van CAK inhoudende dat in het geval van betrokkene bij de vaststelling van de eigen bijdrage van wet- of regelgeving zal worden afgeweken is geen sprake. De enkele omstandigheid dat naar de stelling van betrokkene zij door CAK niet op voldoende wijze is ingelicht omtrent de maximale hoogte van de eigen bijdrage is onvoldoende voor afwijking van een dwingendrechtelijk voorschrift. Van bijzondere omstandigheden die nopen tot afwijking van een dwingendrechtelijke voorschrift is mitsdien geen sprake. Het hoger beroep van CAK slaagt.</para>
    <para />
    <para>4.4. Uit hetgeen is overwogen in 4.3 volgt dat de Raad, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, het beroep ongegrond dient te verklaren. </para>
    <para />
    <para>4.5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      <para>- verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij als voorzitter en J. Brand en W.H. Bel als leden, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2013.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) H.J. de Mooij</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) R. Scheffer</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>