<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1548</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T16:27:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ1548</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-4468 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1548">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1548</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-08T12:47:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1548 Centrale Raad van Beroep , 19-02-2013 / 11-4468 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1548:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep. Geen procesbelang.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1548:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/4468 WWB </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 november 2010, 10/3265 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 19 februari 2013.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli 2012. Appellant is daar, zoals tevoren bericht, niet verschenen. Het college heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J.M. Boegborn. </para>
    <para />
    <para>De Raad heeft het onderzoek heropend en bepaald dat appellant alsnog in de gelegenheid wordt gesteld het beroepschrift te ondertekenen. Appellant heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. </para>
    <para />
    <para>Vervolgens is de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer. </para>
    <para />
    <para>Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft, waarna hij het onderzoek heeft gesloten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.1. Appellant heeft op 18 september 2009 bijzondere bijstand gevraagd voor de legeskosten van een huisvestingsvergunning, waarvoor hem een bedrag van € 34,-- in rekening is gebracht. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 1 maart 2010 heeft het college die aanvraag afgewezen. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 28 april 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit on0gegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Ter zitting van de Raad is namens het college toegezegd dat het bedrag van € 34,-- voor de kosten van een huisvestingsvergunning alsnog aan appellant zal worden betaald. Bij brief van 8 november 2012 heeft appellant onder meer meegedeeld dat hij dit bedrag reeds heeft ontvangen en dat deze zaak daarom niet nader behandeld behoeft te worden.</para>
    <para />
    <para>4.2. Appellant heeft het hoger beroep niet ingetrokken. Nu het college in hoger beroep echter alsnog geheel aan appellant is tegemoetgekomen, is het belang van appellant bij een beoordeling van het bestreden besluit in hoger beroep in beginsel komen te vervallen. In aanmerking genomen dat appellant niet heeft gesteld of op een andere wijze aannemelijk is dat hij schade heeft geleden als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming, is ook anderszins geen procesbelang aanwezig. Evenmin is gebleken dat appellant tijdig, tegelijk met het indienen van het bezwaar, heeft verzocht om de in verband met het bezwaar gemaakte proceskosten te vergoeden.</para>
    <para />
    <para>4.3. Het hoger beroep moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding, nu niet is gebleken van op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komende kosten. </para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;</para>
      <para>- bepaalt dat het college aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht  van in totaal € 152,-- vergoedt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van R. Scheffer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2013.</para>
    <para />
    <para>(getekend) J.P.M. Zeijen</para>
    <para />
    <para>(getekend) R. Scheffer</para>
    <para />
    <para />
    <para>HD</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>