<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1197</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T16:10:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BZ1197</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6332 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1197">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1197</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:31:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1197 Centrale Raad van Beroep , 01-02-2013 / 11-6332 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1197:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Intrekking WIA-uitkering. Zorgvuldig onderzoek. Uitgaande van de in de functionele mogelijkhedenlijst vastgelegde belastbaarheid, heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat de belasting in de geduide functies de mogelijkheden van appellant niet te boven gaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1197:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/6332 WIA </para>
    <para />
    <para />
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 14 september 2011, 11/608 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 1 februari 2013</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para> </para>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellant is hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Bij schrijven van 9 mei 2012 heeft mr. S. Bhulai zich als gemachtigde van appellant gesteld.</para>
    <para />
    <para>Partijen hebben over en weer op elkaars standpunten gereageerd onder toezending van nadere stukken.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde en vergezeld door Z. Aykan als tolk in de Turkse taal. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.</para>
    <para />
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Appellant ontvangt sinds 2 augustus 2006 een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 15 juni 2010 heeft het Uwv de WIA-uitkering van appellant met ingang van 16 augustus 2010 ingetrokken. Bij besluit van 10 december 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 15 juni 2010 ongegrond verklaard. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant op 16 augustus 2010, de in dit geding van belang zijnde datum, weliswaar beperkingen ondervindt bij het verrichten van arbeid, maar met inachtneming van die beperkingen geschikt is voor werkzaamheden verbonden aan de door de (bezwaar) arbeidsdeskundige van het Uwv geselecteerde functies. Het verlies aan verdiencapaciteit is berekend op minder dan 35%. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om te twijfelen aan de deugdelijkheid van het bestreden besluit, dat deels is gebaseerd op de bevindingen en de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv zoals neergelegd in het rapport van 17 november 2010. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat K. Foeken, psychiater, op 17 oktober 2010 op verzoek van de bezwaarverzekeringsarts een rapport heeft opgesteld. Ook heeft de bezwaarverzekeringsarts appellant zelf onderzocht. Hierbij heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat appellant zijn stellingen welke zijn ingenomen tegen deze medische bevindingen niet heeft onderbouwd met nadere medische gegevens. De rechtbank heeft daarom geen reden gezien om de medische grondslag van het bestreden besluit onjuist te achten. De rechtbank heeft voorts geoordeeld dat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit eveneens deugdelijk is. </para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant de aangevallen uitspraak bestreden en de gronden beperkt tot het oordeel van de rechtbank over de medische grondslag van het bestreden besluit. Zij strekken alle ten betoge dat de bezwaarverzekeringsarts aan zijn klachten niet de juiste waarde heeft gehecht. Appellant heeft gegevens afkomstig van zijn huisarts van 25 oktober 2012, zijn behandelaars bij i-psy van 19 november 2012 en van L.K. Liem, adviserend geneeskundige GGD Den Haag, van 24 november 2011 overgelegd. Volgens appellant had de rechtbank het bestreden besluit moeten vernietigen omdat het Uwv de beperkingen van appellant voor het verrichten van arbeid heeft onderschat. </para>
    <para />
    <para>4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.1. De rechtbank heeft de in beroep aangevoerde gronden besproken. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts op zorgvuldige wijze is verricht. De bezwaarverzekeringsarts heeft uitgebreid gerapporteerd over zijn onderzoek. Het rapport bevat een samenvatting van de medische bezwaren van appellant en de bespreking daarvan aan de hand van de medische informatie uit het dossier, het rapport van </para>
      <para>K. Foeken, psychiater, van 17 oktober 2010 en de gegevens die door de bezwaarverzekeringsarts zijn verkregen tijdens het bijwonen van de hoorzitting. De door de bezwaarverzekeringsarts daaruit getrokken conclusies zijn inzichtelijk en begrijpelijk. De juistheid van die conclusies is niet aan twijfel onderhevig. Hierdoor vormen zij een deugdelijke grondslag voor het vaststellen van de functionele mogelijkheden en beperkingen van appellant op de in geding zijnde datum, 16 augustus 2010. De omstandigheid dat appellant in november 2011 in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB) volledig arbeidsongeschikt is geacht, nog daargelaten dat de WWB zijn eigen toetsingskader heeft, maakt dit niet anders omdat deze beoordeling geen betrekking heeft op de medische situatie van appellant ten tijde in geding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.2. Uitgaande van de in de functionele mogelijkhedenlijst vastgelegde belastbaarheid, heeft de rechtbank met juistheid geoordeeld dat de belasting in de geduide functies de mogelijkheden van appellant niet te boven gaat. </para>
    <para />
    <para>4.3. Uit hetgeen is overwogen in 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep geen doel treft en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para> </para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van M. Sahin als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2013.</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) T. Hoogenboom</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) M. Sahin</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>