<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-16T16:20:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-7041 MAW-W</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:988">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:988</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-17T09:34:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:988 Centrale Raad van Beroep , 11-07-2013 / 11-7041 MAW-W</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:988:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om wraking. De enkele omstandigheid dat mr. Beuker-Tilstra niet direct ter zitting op de verzoeken heeft beslist, vormt geen aanknopingspunt voor het oordeel dat zij met betrekking tot de beoordeling van het hoger beroep en het daarbij betrokken besluit ten opzichte van verzoeker vooringenomen is dan wel dat vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Dat een eerder verzoek om aanhouding wel is gehonoreerd, leidt niet tot een ander oordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:988:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>11/7041 MAW-W, 12/1008 MAW-W </para>
  <para>Meervoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Beslissing op het verzoek op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedaan door</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Verzoeker] te [woonplaats]verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>De minister van Defensie (minister) heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 26 oktober 2011, 11/4995, in het geding tussen verzoeker en de minister. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft de minister bij besluit van 18 januari 2012 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Het door verzoeker tegen dit besluit ingestelde beroep is bij de behandeling van het hoger beroep betrokken. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker is uitgenodigd voor een behandeling ter zitting op 4 april 2013. De behandeling ter zitting is na een verzoek daartoe van verzoeker uitgesteld. Bij brief van 12 april 2013 is verzoeker uitgenodigd voor de behandeling van de zaak ter zitting van 13 juni 2013. Een nieuw verzoek om uitstel van de behandeling ter zitting is door de Raad afgewezen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tijdens het onderzoek ter zitting op 13 juni 2013 heeft verzoeker verzocht om wraking van de behandelend rechter mr. A. Beuker-Tilstra, waarna de zitting is geschorst. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Mr. Beuker-Tilstra heeft bij brief van 25 juni 2013 meegedeeld dat zij niet in de wraking berust en dat zij geen gebruik maakt van de gelegenheid te worden gehoord.  <?linebreak?><?linebreak?></para>
    <para>De behandeling van het verzoek is ter zitting van 4 juli 2013 aan de orde gesteld. Verzoeker is niet verschenen. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <?linebreak?>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Artikel 8:15 van de Awb bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking het volgende ten grondslag gelegd. Tijdens de zitting van 13 juni 2013 heeft hij opnieuw verzocht om de zaak aan te houden. Voor het geval dat niet zou worden toegewezen, heeft hij voorts verzocht om getuige S. te horen. </para>
        <para>Mr. Beuker-Tilstra heeft over beide verzoeken ter zitting ten onrechte geen duidelijkheid verschaft. Dat klemt te meer nu een eerder verzoek om aanhouding, voorzien van dezelfde motivering, wel is gehonoreerd. Dat het tweede verzoek om uitstel niet is gehonoreerd, kon verzoeker nog respecteren indien hij het recht zou hebben getuige S. te horen. Omdat </para>
        <para>mr. Beuker-Tilstra daarover geen duidelijkheid heeft gegeven, is er twee keer een gegronde reden om te wraken, nu kennelijk sprake is van vooringenomenheid. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.</nr>
        <para>Zoals uit het proces-verbaal van de zitting blijkt, heeft mr. Beuker-Tilstra ter zitting meegedeeld dat zij zich gaat beraden over de verzoeken om aanhouding en om het horen van getuige S. en dat verzoeker, afhankelijk van haar oordeel, een nader bericht over een aanhouding dan wel een uitspraak zal ontvangen. De beslissing om niet direct ter zitting maar eerst in raadkamer een besluit te nemen op deze verzoeken, is een procedurele beslissing van de behandelend rechter. Zoals de Raad al vaker heeft overwogen (CRvB 3 december 2010, LJN BO6452), is wraking niet bedoeld als rechtsmiddel tegen procedurele beslissingen en kan een procedurele beslissing slechts leiden tot toewijzing van een wrakingsverzoek als uit die beslissing blijkt van vooringenomenheid van de rechter die de beslissing heeft genomen. De enkele omstandigheid dat mr. Beuker-Tilstra niet direct ter zitting op de verzoeken heeft beslist, vormt geen aanknopingspunt voor het oordeel dat zij met betrekking tot de beoordeling van het hoger beroep en het daarbij betrokken besluit ten opzichte van verzoeker vooringenomen is dan wel dat vrees voor vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Dat een eerder verzoek om aanhouding wel is gehonoreerd, leidt niet tot een ander oordeel.</para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <para>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>3.2. Uit 3.1 volgt dat het verzoek om mr. Beuker-Tilstra te wraken moet worden afgewezen.</para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om wraking af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door E.J.M. Heijs als voorzitter en J. Brand en M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>				(getekend) E.J.M. Heijs</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>				(getekend) G.J. van Gendt</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>TM</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>