<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:2886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-01-22T10:50:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-12-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-12-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-6188 AWBZ + 13-5037 AWBZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2886">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2886</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-12-19T08:42:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:2886 Centrale Raad van Beroep , 11-12-2013 / 10-6188 AWBZ + 13-5037 AWBZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:2886:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het CAK heeft naar het oordeel van de Raad in dat besluit inzichtelijk gemaakt hoe de individuele belangen van appellante en haar specifieke omstandigheden zijn gewogen. Met het besluit van 13 augustus 2013 is het in de tussenuitspraak vermelde gebrek in het bestreden besluit van 28 oktober 2009 hersteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:2886:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>10/6188 AWBZ, 13/5037 AWBZ </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 11 december 2013</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van </para>
    <para>7 oktober 2010, 10/1962 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te[woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>CAK</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>De Raad heeft op 3 juli 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:814) tussenuitspraak gedaan. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft CAK op 13 augustus 2013 een nieuw besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellante heeft mr. A. Verbroekken, advocaat, haar zienswijze over dat besluit naar voren gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 30 oktober 2013. Voor appellante is verschenen haar partner, [naam partner], bijgestaan door mr. Verbroekken. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.D. Burlage.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1.1. Voor een uiteenzetting van de voor deze zaak van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de tussenuitspraak van 3 juli 2013. Hieraan wordt het volgende toegevoegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. In voormelde tussenuitspraak is overwogen dat er gebreken kleven aan het invorderingsbesluit van 28 oktober 2009 (bestreden besluit), omdat daarin geen kenbare belangenafweging was opgenomen. <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>1.3. In het besluit van 13 augustus 2013 heeft CAK inzichtelijk gemaakt op welke wijze de belangen zijn afgewogen en waarom de invordering is gehandhaafd.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para>1.4. Met het besluit van 13 augustus 2013 is CAK niet tegemoet gekomen aan het bezwaar van appellante. Het geding in hoger beroep strekt zich daarom, gelet op de artikelen 6:19, eerste lid, en 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), mede uit tot dit nieuwe besluit.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat, zoals zij in haar zienswijze op het besluit van 13 augustus 2013 stelt, CAK zich schuldig heeft gemaakt aan willekeur. Dat er interne richtlijnen zijn opgesteld door CAK ter zake van invordering, getuigt er juist van dat CAK gelijke gevallen gelijk wenst te behandelen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>Evenmin heeft appellante aangetoond dat CAK in het besluit van 13 augustus 2013 haar belangen onvoldoende heeft meegewogen. CAK heeft naar het oordeel van de Raad in dat besluit inzichtelijk gemaakt hoe de individuele belangen van appellante en haar specifieke omstandigheden zijn gewogen. De Raad kan zich vinden in de door CAK gemaakte afweging. Appellante is, anders dan zij meent, geenszins te kort gedaan.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>Naar het oordeel van de Raad is met het besluit van 13 augustus 2013 het in de tussenuitspraak vermelde gebrek in het bestreden besluit van 28 oktober 2009 hersteld. Dat laatste besluit moet worden vernietigd, evenals de aangevallen uitspraak waarbij dit besluit in stand is gelaten. Het beroep tegen het besluit van 13 augustus 2013 moet ongegrond worden verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De Raad ziet aanleiding om CAK op grond van artikel 8:75 van de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellante in beroep tot een bedrag van € 944,- en in hoger beroep tot een bedrag van € 944,-.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 28 oktober 2009;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep tegen het besluit van 13 augustus 2013 ongegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt CAK in de proceskosten van appellante tot een bedrag van in totaal € 1.888,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat aan appellante het door haar betaalde griffierecht van in totaal € 152,- wordt vergoed.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en W.H. Bel en R.P.T. van Elshoff als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J. Brand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) G.J. van Gendt</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>GdJ</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>