<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:2369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-13T11:38:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-1254 WSF</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2369">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2369</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-12T09:46:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:2369 Centrale Raad van Beroep , 30-10-2013 / 13-1254 WSF</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:2369:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om kwijtschelding studieschuld. Het gevoerde beleid is niet onredelijk. Appellant verkeert niet in één van de in het beleid voorziene situaties. Geen sprake van zodanig bijzondere omstandigheden dat afwijking van het beleid is aangewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:2369:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/1254 WSF </para>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Enkelvoudig kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van </para>
    <para>22 januari 2013, 12/9854 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld en de Minister heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2013. Appellant is niet verschenen. De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K.F. Hofstee.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Bij besluit van 17 september 2012 (bestreden besluit) heeft de Minister gehandhaafd zijn besluit van 13 juli 2012, waarbij het verzoek van appellant om kwijtschelding van zijn studieschuld is afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat bij hem sprake is van een bijzondere situatie. Hij heeft zich beroepen op ontoerekeningsvatbaarheid.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>De Wet studiefinanciering 2000 voorziet slechts in kwijtschelding bij het einde van de aflosfase en bij overlijden van de debiteur.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>De Minister voert met toepassing van de hardheidsclausule een beleid dat ook kwijtschelding wordt verleend indien: </para>
        <para>- de debiteur een terminale ziekte heeft waardoor hij naar verwachting binnen een jaar komt te overlijden; </para>
        <para>- de debiteur gedurende langere tijd in coma ligt; </para>
        <para>- de debiteur een psychiatrische patiënt is die is opgenomen in een inrichting en de situatie </para>
        <para>uitzichtloos is.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Dit beleid is niet onredelijk. De Raad wijst op zijn uitspraken van 10 december 2004, </para>
          <para>LJN AR8524, van 4 mei 2007, LJN BA5116 en van 10 december 2010, LJN BO7215.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.</nr>
        <para>Niet in geschil is dat appellant niet verkeert in één van de in het beleid voorziene situaties. In zo’n geval rest de vraag of de omstandigheden waarin appellant verkeert zodanig bijzonder zijn dat afwijking van het beleid is aangewezen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.6.</nr>
        <para>De rechtbank heeft terecht overwogen dat van zo’n situatie geen sprake is. De debiteur kan gebruik maken van de door de wetgever geregelde systematiek waarin jaarlijks aan de hand van de draagkracht van de debiteur wordt bezien of, en zo ja tot welk bedrag, aflossing dient plaats te vinden. Appellant maakt van die mogelijkheid ook gebruik. Onder meer over het jaar 2013 is bepaald dat appellant niets hoeft af te lossen.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Uit hetgeen is overwogen in 4.2 tot en met 4.6 volgt dat het hoger beroep geen doel treft. De aangevallen uitspraak dient mitsdien te worden bevestigd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <parablock>
        <para>De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
        <para>BESLISSING</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>					(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>					(getekend) Z. Karekezi</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>EK</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>