<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:2338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-08T12:00:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-5637 WUBO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2338">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2338</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-07T13:58:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:2338 Centrale Raad van Beroep , 07-11-2013 / 11-5637 WUBO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:2338:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om een hogere garantie-uitkering in verband met de alimentatieplicht voor zijn zoon. Appellant woonde samen met een vrouw. Om die reden is op grond van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wubo de aan hem toegekende garantie-uitkering berekend naar het percentage van 65. Dat is het hoogst mogelijke percentage waarnaar een garantie-uitkering op grond van de Wubo kan worden berekend voor een gehuwde (of samenwonende) uitkeringsgerechtigde van 65 jaar of ouder. Verweerder heeft niet de mogelijkheid daarvan af te wijken. Het verzoek van appellant om het percentage van de garantie-uitkering te verhogen vanwege de alimentatieplicht voor zijn zoon is dan ook op goede gronden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:2338:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/5637 WUBO </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 7 november 2013</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak in het geding tussen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats] (Spanje) (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (verweerder)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 8 september 2011, kenmerk BZ01334655 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2013. Daar is appellant, zoals door hem bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom- van Berckel.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellant, geboren in 1939, is op grond van blijvende psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Aan hem zijn toegekend de toeslag als bedoeld in artikel 19 van de Wubo, een garantie-uitkering en verschillende voorzieningen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>In maart 2011 heeft appellant verzocht hem een hogere garantie-uitkering toe te kennen in verband met de alimentatieplicht voor zijn zoon [F.] (geboren in 1992). Dat verzoek is door verweerder afgewezen bij besluit van 28 april 2011. Het daartegen gemaakt bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De Raad overweegt als volgt. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Appellant woonde ten tijde hier van belang in Zoetermeer samen met mevrouw[naam mevrouw]. Om die reden is op grond van artikel 24, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wubo de aan hem toegekende garantie-uitkering berekend naar het percentage van 65. Dat is het hoogst mogelijke percentage waarnaar een garantie-uitkering op grond van de Wubo kan worden berekend voor een gehuwde (of samenwonende) uitkeringsgerechtigde van 65 jaar of ouder. Verweerder heeft niet de mogelijkheid daarvan af te wijken. Het verzoek van appellant om het percentage van de garantie-uitkering te verhogen vanwege de alimentatieplicht voor zijn zoon [F.] is dan ook op goede gronden afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>In beroep heeft appellant aangegeven dat zijn persoonlijke omstandigheden zijn gewijzigd omdat hij niet meer samenwoont. Die situatie is ontstaan na (de besluitvorming op) de hier voorliggende aanvraag en kan dan ook bij de beoordeling daarvan niet worden betrokken. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>Het voorgaande betekent dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en het beroep ongegrond moet worden verklaard.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) R. Kooper</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) S.K. Dekker</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>