<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:2101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-18T08:22:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-3808 ZW-VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2101">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2101</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-17T15:17:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:2101 Centrale Raad van Beroep , 16-10-2013 / 13-3808 ZW-VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:2101:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak voorzieningenrechter. Bij bestreden besluit heeft het Uwv besluit gehandhaafd waarbij verzoeker is meegedeeld dat zijn uitkering op grond van de ZW wordt beëindigd, omdat hij vanaf die datum geschikt wordt geacht voor het verrichten van zijn arbeid en dat hij vanaf de datum ziekmelding niet toegenomen arbeidsongeschikt is dan wel doorlopend arbeidsgeschikt is. Verzoeker is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een spoedeisend dan wel noodzakelijk belang bij het treffen van de door hem verzochte voorlopige voorziening.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:2101:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/3808 ZW-VV </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 16 oktober 2013</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Voorzieningenrechter</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Verzoeker] te[woonplaats] (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens verzoeker heeft mr. R.A.U. Juchter van Bergen Quast, advocaat, bij brief van 15 juli 2013 een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek om een voorlopige voorziening op een zitting, achterwege gelaten.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Voor een overzicht van de voor de beoordeling van het verzoek van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de voorzieningenrechter naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij besluit van 28 november 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv na bezwaar het besluit van 5 november 2012 gehandhaafd waarbij verzoeker is meegedeeld dat zijn uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) met ingang van 5 november 2012 wordt beëindigd, omdat hij vanaf die datum geschikt wordt geacht voor het verrichten van zijn arbeid en dat hij vanaf de datum ziekmelding op 9 augustus 2012 niet toegenomen arbeidsongeschikt is dan wel doorlopend arbeidsgeschikt is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak van 3 juli 2013, 13/277, heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat de rechtbank geen aanleiding heeft gezien om het medische onderzoek van de verzekeringsartsen onzorgvuldig te achten. De rechtbank zag evenmin aanknopingspunten om het (medisch) oordeel van de verzekeringsartsen onjuist te achten. Volgens de rechtbank heeft de bezwaarverzekeringsarts in het rapport van 12 februari 2013 bovendien afdoende gereageerd op de door verzoeker in beroep overgelegde medische stukken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft verzoeker zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. In zijn verzoek om toepassing van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft hij verzocht om de voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat het besluit van 28 november 2012 wordt vernietigd en te bepalen dat Saidi per 2010 doorlopend arbeidsongeschikt bevonden moet worden en dus per datum ziekmelding arbeidsongeschikt moet worden geacht; subsidiair een voorlopige voorziening te treffen zoals de voorzieningenrechter in goede justitie behoort te treffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>5.1.</nr>
        <para>Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.2.</nr>
        <para>Namens verzoeker is aangevoerd dat het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening is gelegen in het feit dat verzoeker wordt gedwongen om aan het werk te gaan, terwijl hij daartoe vanwege zijn arbeidsongeschiktheid niet in staat is, en er stopzetting dreigt van zijn uitkering als hij daaraan geen gevolg geeft. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.3.</nr>
        <para>De beantwoording van de vraag of sprake is van onverwijlde spoed spitst zich in het onderhavige geval in het bijzonder toe op de vraag of sprake is van een spoedeisend belang in financieel opzicht.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.4.</nr>
        <para>Verzoeker is er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de door hem verzochte voorlopige voorziening. Van bijzondere betekenis hierbij is dat van de zijde van verzoeker in het geheel geen stukken in het geding zijn gebracht welke kunnen dienen ter onderbouwing van zijn stelling met betrekking tot zijn financiële noodsituatie. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>5.5.</nr>
        <para>Ook op andere wijze is niet gebleken van een voor verzoeker zo zwaarwegend belang dat de behandeling van de bodemprocedure niet door hem zou kunnen worden afgewacht. Het verzoek om een voorlopige voorziening dient dan ook te worden afgewezen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) Ch. van Voorst</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P. Boer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>