<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:2086</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-17T09:30:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-3486 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2086">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:2086</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-16T15:47:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:2086 Centrale Raad van Beroep , 16-10-2013 / 12-3486 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:2086:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit van 15 december 2010 is appellant een WIA-uitkering geweigerd, omdat geen sprake is van toegenomen beperkingen ten gevolge van dezelfde oorzaak als waarvoor appellant eerder de wachttijd heeft voltooid. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake was van toegenomen beperkingen. Met betrekking tot het besluit van 19 oktober 2012 oordeelt de Raad dat, uitgaande van de juistheid van de FML, er geen reden is om aan te nemen dat de belasting van de geduide functies de belastbaarheid van appellant overschrijdt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:2086:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/3486 WIA, 12/5844 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 16 oktober 2013</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van </para>
    <para>14 mei 2012, 11/1052 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. P.L.E.M. Krauth, advocaat, het hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij besluit van 19 oktober 2012 heeft het Uwv ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 september 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>drs. H. ten Brinke.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Appellant is op 12 september 2007 uitgevallen voor zijn werk als pakkettensorteerder. Bij besluit van 6 oktober 2009 is hem een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het bezwaar hiertegen is ongegrond verklaard.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Op 8 oktober 2010 heeft appellant zich toegenomen arbeidsongeschikt gemeld. Bij besluit van 15 december 2010 is hem een WIA-uitkering geweigerd, omdat geen sprake is van toegenomen beperkingen ten gevolge van dezelfde oorzaak als waarvoor appellant eerder de wachttijd heeft voltooid. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Bij besluit van 15 april 2011 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van </para>
          <para>16 december 2010 ongegrond verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak geoordeeld dat het medisch onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden en dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er met ingang van 8 oktober 2010 sprake was van toegenomen beperkingen. Vervolgens heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv ten onrechte heeft afgezien van een arbeidskundig onderzoek. Om die reden is het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het Uwv is opgedragen een nieuw besluit op bezwaar ten nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Tevens heeft de rechtbank het Uwv opgedragen proceskosten en griffierecht te vergoeden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Het Uwv heeft op 18 oktober 2012 aan de hand van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) een arbeidskundig onderzoek verricht. De mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op minder dan 35% en bij besluit van 19 oktober 2012 is het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat er ten onrechte geen toegenomen beperkingen zijn vastgesteld, het besluit van 19 oktober 2012 in strijd met de wet tot stand is gekomen en dat de medische feiten per 8 oktober 2010 hadden moeten worden meegenomen.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>6.1.</nr>
        <para>De Raad overweegt als volgt.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.2.</nr>
        <para>Nu het Uwv heeft berust in de aangevallen uitspraak en een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen ter uitvoering van die uitspraak zal de Raad het besluit van 19 oktober 2012 op grond van artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij zijn beoordeling betrekken.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.3.</nr>
        <para>Hetgeen appellant in hoger beroep tegen de medische beoordeling aanvoert is in essentie een herhaling van hetgeen hij in beroep naar voren heeft gebracht. Appellant heeft geen nieuwe medische stukken ingebracht en ook niet aangegeven waarom hij van mening is dat de aangevallen uitspraak op dit punt onjuist zou zijn. De Raad komt tot dezelfde beoordeling als de rechtbank. De door de rechtbank gebezigde overwegingen worden onderschreven. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>6.4.</nr>
        <para>Met betrekking tot het besluit van 19 oktober 2012 oordeelt de Raad dat, uitgaande van de juistheid van de FML, er geen reden is om aan te nemen dat de belasting van de geduide functies de belastbaarheid van appellant overschrijdt. De bezwaararbeidsdeskundige heeft in zijn rapport van 18 oktober 2012 op inzichtelijke wijze uiteengezet dat er geen aanleiding is om op basis van arbeidskundig onderzoek anders te concluderen. De Raad heeft in hetgeen appellant tegen dit besluit heeft aangevoerd geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de juistheid van de conclusie van de bezwaararbeidsdeskundige. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>Uit 6.3 en 6.4 volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd. Het beroep tegen het besluit van 19 oktober 2012 is ongegrond.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <?linebreak?>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten;</para>
    <para>- verklaart het beroep tegen het besluit van 19 oktober 2012 ongegrond.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>J.C. Hoogendoorn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>16 oktober 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.J.T. van den Corput</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.C. Hoogendoorn</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>CVG</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>