<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-26T09:53:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1764 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-26T09:53:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1840 Centrale Raad van Beroep , 25-09-2013 / 11-1764 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bij besluit is appellant toestemming verleend om met behoud van WW-uitkering werkzaamheden te verrichten in zijn eigen bedrijf. Daarbij is bepaald dat op de WW-uitkering 70% van zijn inkomsten als zelfstandige in mindering worden gebracht. Bij besluit heeft het Uwv vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen en heeft een bedrag van hem teruggevorderd. Het Uwv heeft, met toepassing van het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW, de op de WW-uitkering in mindering te brengen inkomsten correct berekend en het bedrag dat appellant onverschuldigd is betaald aan voorschotten WW met juistheid bepaald.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/1764 WW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 25 september 2013</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Meervoudige kamer</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Almelo van </para>
    <para>9 februari 2011, 09/1135 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft L.J. Schrijver hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Schrijver heeft zich teruggetrokken als gemachtigde. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2013. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
    <para>drs. H. ten Brinke. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1.1. Appellant ontving vanaf 3 april 2006 een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 11 december 2006 is appellant toestemming verleend om met behoud van WW-uitkering werkzaamheden te verrichten in zijn eigen bedrijf. De startperiode liep van 18 december 2006 tot en met 17 juni 2007. Daarbij is bepaald dat op de WW-uitkering 70% van zijn inkomsten als zelfstandige in mindering worden gebracht. Aangezien de hoogte van die inkomsten pas na afloop van de startperiode bekend zijn, is de WW-uitkering gedurende de startperiode als voorschot betaald en worden de inkomsten nadien met de uitkering verrekend. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij besluit van 27 mei 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen en heeft een bedrag van </para>
      <para>€ 6.283,50 van hem teruggevorderd. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 28 september 2009 (bestreden besluit) is dat bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv uiteengezet hoe de in aanmerking te nemen inkomsten en het terug te vorderen bedrag zijn berekend.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.   </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt gehandhaafd. Dat standpunt komt er in hoofdzaak op neer dat de door het Uwv gehanteerde berekeningswijze onjuist is en dat hij door het Uwv verkeerd is voorgelicht over de verrekening van inkomsten als zelfstandige op zijn WW-uitkering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. Het Uwv heeft, met toepassing van het Besluit vaststelling inkomsten startende zelfstandigen WW van 28 juni 2006 (Stb. 2006, 305), de op de WW-uitkering in mindering te brengen inkomsten correct berekend en het bedrag dat appellant onverschuldigd is betaald aan voorschotten WW met juistheid bepaald op € 6.283,50. Er is niet gebleken dat appellant met betrekking tot de verrekening van inkomsten als startende zelfstandige onjuist is voorgelicht door het Uwv.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Het hoger beroep kan daarom niet slagen. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en B.M. van Dun en </para>
      <para>M.A. Hoogeveen als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 september 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) H.G. Rottier</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) J.R. Baas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>EH</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>