<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-06T09:25:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2997 AWBZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1686">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-06T08:23:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1686 Centrale Raad van Beroep , 21-08-2013 / 11-2997 AWBZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1686:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Betrokkene, voor wie het pgb was bedoeld, is in juli 2009 overleden. Bij besluit van 22 september 2010 heeft het Zorgkantoor op grond van de AWBZ en de Awb het toegekende pgb vastgesteld op nihil wegens het niet verantwoorden daarvan. Het Zorgkantoor heeft een bedrag teruggevorderd. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat het Zorgkantoor op juiste wijze de belangen van appellanten heeft afgewogen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1686:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>
    </title>
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
      <para>28 april 2011, 10/6086 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>erven van[betrokkene] te[woonplaats] (appellanten)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zorgkantoor Agis (Zorgkantoor)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 21 augustus 2013</para>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2013. Namens appellanten is verschenen [gemachtigde]. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door D. Lake.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.1. Bij besluit van 21 juli 2009 heeft het Zorgkantoor aan [betrokkene] op grond van het bepaalde bij en krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) over de periode van 26 mei 2009 tot en met 31 december 2009 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend van € 5.869,37 ten behoeve van Persoonlijke Verzorging (PV). Daarbij is gewezen op de verplichting om verantwoording af te leggen. Bij besluit van 14 oktober 2009 is genoemd pgb gewijzigd vastgesteld op € 6.444,93. Op 27 juli 2009 is[betrokkene] overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij besluit van 22 september 2010 heeft het Zorgkantoor op grond van de AWBZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het toegekende pgb vastgesteld op nihil wegens het niet verantwoorden daarvan. Het Zorgkantoor heeft een bedrag van € 6.444,93 teruggevorderd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3. Bij besluit van 26 november 2010 (bestreden besluit) heeft het Zorgkantoor de bezwaren van appellanten tegen het besluit van 22 september 2010 ongegrond verklaard omdat de aanschaf van een stoellift, een trippelstoel en een verstelbaar bed niet voor het pgb verantwoord kunnen worden en omdat niet aannemelijk is gemaakt dat aan Buurtzorg Zuid een vergoeding is betaald. Het Zorgkantoor heeft geen reden gezien om het pgb op een lager bedrag vast te stellen dan wel af te zien van terugvordering omdat deugdelijk bewijs dat het pgb daadwerkelijk aan zorg is besteed ontbreekt en redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de zorgkosten, waarvoor het pgb is toegekend, niet zijn gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank kort samengevat overwogen dat nu niet is gebleken dat het pgb is besteed aan zorg waarvoor het is verleend, te weten Persoonlijke Verzorging, het Zorgkantoor bevoegd was het pgb op nihil vast te stellen. De rechtbank heeft geen grond gezien voor het oordeel dat het Zorgkantoor niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Het Zorgkantoor heeft naar het oordeel van de rechtbank op de in de aangevallen uitspraak vermelde gronden voorts kunnen besluiten de terugvordering niet te matigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellanten hebben zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat er bij de vaststelling van het pgb en de terugvordering daarvan een belangenafweging dient plaats te vinden. Anders dan appellanten menen, heeft het Zorgkantoor zowel bij de vaststelling van het pgb als bij de terugvordering van het pgb bij de uitoefening van zijn bevoegdheden inhoud gegeven aan de in artikel 3:4 van de Awb neergelegde verplichting tot belangenafweging. Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat het Zorgkantoor op juiste wijze de belangen van appellanten heeft afgewogen. Terecht heeft de rechtbank in haar overwegingen betrokken dat de vergoeding van de in Nederland de aangeschafte hulpmiddelen is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning en niet in de AWBZ.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Nu in hoger beroep geen gronden naar voren zijn gebracht die niet al bij de rechtbank naar voren zijn gebracht volgt uit het voorgaande dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2013. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J. Brand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) Z. Karekezi</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>QH</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>