<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-03T13:35:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-6670 WIA</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1608">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1608</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-03T13:34:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1608 Centrale Raad van Beroep , 30-08-2013 / 11-6670 WIA</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1608:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen grond om te twijfelen aan de juistheid van de medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1608:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/6670 WIA </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 30 augustus 2013</para>
  </parablock>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van </para>
    <para>9 november 2011, 11/5084 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellant] te[woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek is behandeld ter zitting van 19 juli 2013. Appellant is - zoals aangekondigd – niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1.1. Bij besluit van 24 januari 2011 heeft het Uwv na medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat appellant over de periode van 24 januari 2011 tot 26 september 2012 recht heeft op een loongerelateerde uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 8 juni 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 januari 2011 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft daarbij het standpunt ingenomen dat appellant ongeschikt is voor de maatgevende arbeid, maar gelet op zijn medische beperkingen, neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), geschikt is voor passende functies en de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vastgesteld op 38,4%. Appellant heeft beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Naar aanleiding van de door appellant in beroep ingezonden medische informatie heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 7 oktober 2011 toegelicht dat eerst vanaf februari 2011 sprake is van toegenomen klachten met uitstraling naar het rechterbeen. Voor zover er sprake zou zijn van een verdere afname van de belastbaarheid is die daarom pas ingetreden na de datum in geding. De bezwaarverzekeringsarts heeft daaraan toegevoegd dat voor appellant al forse beperkingen ten aanzien van rugbelasting gesteld zijn en dat - ook - de aanwezigheid van een hernia zoals na de datum in geding ontstaan is, hem niet ongeschikt maken voor de lichte, rugsparende arbeid die hem als passend voorgehouden is. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Met betrekking tot de medische beoordeling van het bestreden besluit heeft de rechtbank geen redenen gevonden om te oordelen dat het medisch onderzoek onjuist of onzorgvuldig is verlopen of dat de beperkingen van appellant niet juist zijn vastgelegd in de FML. Appellant heeft in beroep geen medische gegevens in het geding gebracht die twijfel doen rijzen over de juistheid van de FML. Bepalend is welke gevolgen rechtstreeks en objectief zijn vast te stellen ten gevolge van ziekte of gebrek en niet beslissend is de eigen opvatting van de verzekerde over de mate waarin werken mogelijk is. Voorts heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapport van 7 oktober 2011 toereikend gemotiveerd waarom de in beroep verkregen medische informatie hem geen aanleiding geeft om terug te komen op het eerder ingenomen standpunt.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>Gelet op de uit de FML blijkende vastgestelde beperkingen heeft de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat appellant niet in staat zou zijn tot het verrichten van de geduide functies. De bezwaararbeidsdeskundige heeft toereikend gemotiveerd dat in deze functies geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid. Evenmin heeft de rechtbank reden om de (reserve)functie chauffeur personenbusje ongeschikt te achten vanwege het niet in bezit hebben van een EHBO-diploma, nu als eis voor deze functie geldt dat een EHBO-diploma behaald moet worden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.</nr>
        <para>Het hoger beroep van appellant richt zich tegen de vaststelling van de medische beperkingen in de FML, in het bijzonder met betrekking tot de rugklachten. Omdat onvoldoende rekening is gehouden met zijn rugklachten acht appellant de geduide functies voor hem niet haalbaar. Ook is onduidelijk of hij in staat is het EHBO-diploma te behalen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.</nr>
        <para>Het Uwv heeft vastgesteld dat er geen nieuwe argumenten zijn aangedragen en heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling. <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is een herhaling van hetgeen hij bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank heeft terecht overwogen - samengevat - dat er geen grond is om te twijfelen aan de juistheid van de medische en arbeidskundige grondslag, zodat de door appellant in beroep ingediende gronden tegen het bestreden besluit niet slagen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Hetgeen in hoger beroep nog is aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat geen nieuwe medische informatie over de gezondheidssituatie van appellant per datum in geding - 24 januari 2011 - is ingezonden.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) M.C. Bruning</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) D.E.P.M. Bary</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>IJ</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>