<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-29T08:49:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-3315 WSF</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1585">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1585</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-29T08:49:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1585 Centrale Raad van Beroep , 28-08-2013 / 12-3315 WSF</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1585:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 8:75a Awb jo. art. 21 Beroepswet uitspraak. Met de toekenning heeft de Minister de herziening ongedaan gemaakt. Deze toekenning houdt geen verband met (de onderhavige procedure over) het besluit van 3 april 2011 en is dus ook niet te beschouwen als een tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Dat betekent dat er geen aanleiding is de Minister in de proceskosten te veroordelen. Het daartoe strekkende verzoek zal worden afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1585:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>12/3315 WSF</para>
    <para>Centrale Raad van Beroep</para>
    <para>Enkelvoudige kamer</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 11 mei 2012, 11/1212 (aangevallen uitspraak)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>PROCESVERLOOP</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. drs. E. Tamas, advocaat, hoger beroep ingesteld. De Minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 december 2012. Appellant en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door </para>
      <para>mr. G.J.M. Naber.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft het onderzoek ter zitting geschorst en aan appellant nadere vragen gesteld. Deze vragen zijn beantwoord, waarna de Minister heeft gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Appellant heeft vervolgens het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Minister te veroordelen in de proceskosten. De Minister heeft laten weten zich niet in een veroordeling te kunnen vinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>Het beroep en het hoger beroep hebben inhoudelijk betrekking op het besluit van 3 april 2011 waarin aan appellant (weer) vanaf 1 april 2011 studiefinanciering is toegekend berekend naar de norm die geldt voor een uitwonende studerende. Op de herziening over de maanden november 2010 tot en met februari 2011 heeft dat besluit geen betrekking. Deze herziening was immers neergelegd in de (niet bestreden) besluiten van 12 februari 2011. In de mededeling namens appellant dat hij zich er niet (langer) tegen verzet dat de brief van </para>
        <para>23 februari 2011 wordt beschouwd als bezwaarschrift tegen de besluiten van 12 februari 2011 heeft de Minister aanleiding gezien bij besluit van 8 februari 2013 aan appellant over de periode november 2010 tot en met februari 2011 weer studiefinanciering toe te kennen berekend naar de norm die geldt voor een uitwonende studerende. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Met de toekenning bij besluit van 8 februari 2013 heeft de Minister de herziening die was neergelegd in de besluiten van 12 februari 2011 ongedaan gemaakt. Deze toekenning houdt geen verband met (de onderhavige procedure over) het besluit van 3 april 2011 en is dus ook niet te beschouwen als een tegemoetkomen als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Dat betekent dat er geen aanleiding is de Minister in de proceskosten te veroordelen. Het daartoe strekkende verzoek zal worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om veroordeling in de proceskosten af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op </para>
      <para>28 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) D.W.M. Kaldenhoven</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JvC</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>