<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-03T15:17:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-3114 WW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045">Werkloosheidswet</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0004045&amp;artikel=78a">Werkloosheidswet 78a</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2013/299</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1577">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-29T09:20:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1577 Centrale Raad van Beroep , 28-08-2013 / 12-3114 WW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1577:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De aanvraag van appellante bij het Uwv om loonkostensubsidie is afgewezen omdat deze is ingediend na afloop van de in artikel 78a, negende lid, van de WW opgenomen indieningstermijn van drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid. Appellante heeft haar aanvraag om loonkostensubsidie niet binnen de in artikel 78a, negende lid, van de WW genoemde termijn ingediend. Gelet hierop heeft het Uwv de aanvraag van appellante terecht afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1577:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>12/3114 WW </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 28 augustus 2013</para>
  </parablock>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Meervoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van </para>
    <para>19 april 2012, 11/4906 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellante heeft mr. A.G.B. Bergenhenegouwen hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2013. Appellante is, met bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>Met ingang van 21 maart 2011 is [L.] voor twaalf maanden bij appellante in dienst getreden. Op 23 augustus 2011 heeft appellante bij het Uwv een aanvraag gedaan om loonkostensubsidie. Bij besluit van 30 augustus 2011, gehandhaafd bij beslissing op bezwaar van 27 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv die aanvraag afgewezen omdat deze is ingediend na afloop van de in artikel 78a, negende lid, van de WW opgenomen indieningstermijn van drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard. De rechtbank heeft uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 78a, negende lid, van de WW, met name uit een in de aangevallen uitspraak aangehaalde passage uit de Nota naar aanleiding van het Verslag (Tweede Kamer, vergaderjaar 2008-2009, 31577, nr. 6, pag. 18) afgeleid dat een te laat ingediende aanvraag kan worden afgewezen. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.</nr>
        <para>Appellante heeft in hoger beroep betoogd dat het bestreden besluit niet berust op een wettelijke grondslag, omdat noch in artikel 78a, negende lid, van de WW, noch elders in de WW is bepaald dat een na afloop van de in artikel 78a, negende lid, genoemde termijn ingediende aanvraag moet worden afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. Het Uwv heeft ter zitting naar voren gebracht dat de bevoegdheid tot afwijzing niet, zoals in het verweerschrift is gesteld, volgt uit artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, maar besloten ligt in </para>
          <para>artikel 78a van de WW.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Op grond van artikel 78a, eerste lid, van de WW, voor zover en ten tijde hier van belang, kan het Uwv op aanvraag aan de werkgever die met een werknemer die voldoet aan bepaalde voorwaarden een dienstbetrekking aangaat, subsidie voor loonkosten verlenen indien de dienstbetrekking een overeengekomen duur van ten minste twaalf maanden heeft. In artikel 78a, negende lid (oud), van de WW is bepaald dat, indien de dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, is aangegaan alvorens een aanvraag om subsidie voor loonkosten met betrekking tot die dienstbetrekking wordt ingediend, de aanvraag om subsidie uiterlijk binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid wordt ingediend.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>De in artikel 78a, negende lid, van de WW vastgelegde indieningstermijn wordt aangemerkt als een van de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor uitoefening door het Uwv van de met artikel 78a, eerste lid, van de WW gegeven bevoegdheid om een loonkostensubsidie toe te kennen. Slechts als aan alle in artikel 78a van de WW geformuleerde toepassingsvoorwaarden is voldaan, laat het artikel het Uwv de keuze om die bevoegdheid al dan niet uit te oefenen. Is aan een of meer toepassingsvoorwaarden niet voldaan, dan volgt uit het artikel dat een bevoegdheid tot toekenning ontbreekt en dat de aanvraag moet worden afgewezen. De beroepsgrond dat er geen wettelijke basis is voor afwijzing van een aanvraag om loonkostensubsidie indien deze niet binnen drie maanden na de eerste dag van het verrichten van arbeid is gedaan, slaagt niet.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Appellante heeft haar aanvraag om loonkostensubsidie niet binnen de in artikel 78a, negende lid, van de WW genoemde termijn ingediend. Gelet hierop heeft het Uwv de aanvraag van appellante terecht afgewezen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <para>Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.</nr>
        <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en B.M. van Dun en </para>
      <para>M. Greebe als leden, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) G.A.J. van den Hurk</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) D. Heeremans</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>