<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T02:10:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-1218 WSF</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:3">Algemene wet bestuursrecht 1:3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:69">Algemene wet bestuursrecht 8:69</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:71">Algemene wet bestuursrecht 8:71</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJB 2013/1938</rdf:li>
          <rdf:li>JB 2013/209</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2013/317</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1572">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1572</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-29T09:00:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1572 Centrale Raad van Beroep , 28-08-2013 / 13-1218 WSF</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1572:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Appellante heeft een bedrag aan de Minister betaalt terwijl dit niet haar bedoeling was. Het verzoek om dit bedrag terug te storten is afgewezen. De rechtbank is rauwelijks overgegaan tot vernietiging van het bestreden besluit. Dit is in strijd met de regels van behoorlijke procesorde. Wel heeft de rechtbank terecht overwogen dat de weigering om het bedrag terug te storten geen besluit is omdat die weigering niet kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling. Geen sprake van onverschuldigde betaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1572:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>13/1218 WSF </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 28 augustus 2013</para>
  </parablock>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Meervoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>21 februari 2013, 12/491 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellante heeft hoger beroep ingesteld en de Minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juli 2013. Appellante is verschenen. De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr.drs. E.H.A. van den Berg.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1.1 Appellante heeft in november 2009 een bedrag van € 3.434,69 aan de Minister betaald.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Appellante heeft verzocht dit bedrag terug te storten. Het was niet haar bedoeling dit bedrag aan de Minister te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.3. De Minister heeft dit verzoek op 14 oktober 2011 afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.4. Bij besluit van 10 januari 2012 (bestreden besluit) heeft de Minister het door appellante tegen die afwijzing gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de weigering om het bedrag terug te storten geen besluit is omdat die weigering niet kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>In hoger beroep heeft appellante opnieuw aangevoerd dat zij niet goed had gekeken toen zij het bedrag overmaakte. Het was niet haar bedoeling deze schuld van haar dochter te betalen. Anders zou zij het ook niet terugvragen.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <parablock>
          <para>De Raad stelt allereerst vast dat blijkens de gedingstukken ter zitting bij de rechtbank of anderszins niet aan de orde is gesteld de vraag of appellante kan worden ontvangen in haar bezwaar tegen de afwijzing van haar verzoek. De rechtbank is rauwelijks overgegaan tot een vernietiging van het bestreden besluit op grond van de hiervoor aangehaalde overwegingen. Zoals de Raad vaker heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 2 oktober 2007, </para>
          <para>LJN BB4796) is deze gang van zaken uit een oogpunt van een zorgvuldige procesvoering dermate in strijd met de regels van behoorlijke procesorde dat daarin reden is gelegen om de aangevallen uitspraak te vernietigen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De Raad is voorts van oordeel dat de rechtbank het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om terugstorting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De afwijzing van </para>
          <para>14 oktober 2011 is geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omdat die geen beslissing inhoudt die kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke rechtshandeling. Gelet op het standpunt van appellante moet worden geoordeeld dat de door haar gedane betaling geen verband hield met een publiekrechtelijke rechtsbetrekking van appellante en dat sprake is van een door haar onverschuldigd gedane betaling ter zake waarvan uitsluitend bij de burgerlijke rechter een vordering kan worden ingesteld. In dit verband wordt verwezen naar artikel 8:71 van de Awb.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak wordt vernietigd, het beroep gegrond wordt verklaard en het bezwaar tegen de afwijzing van 14 oktober 2011</para>
          <para>niet-ontvankelijk wordt verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is de Raad niet gebleken.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep </para>
    <para />
    <para>- vernietigt de aangevallen uitspraak;</para>
    <para>- verklaart het beroep gegrond;</para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit;</para>
    <para>- verklaart het bezwaar tegen de afwijzing van 14 oktober 2011 niet-ontvankelijk;</para>
    <para>- bepaalt dat de Minister aan appellante het griffierecht van in totaal € 159,- vergoedt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en I.M.J. Hilhorst-Hagen en </para>
      <para>H.A.A.G. Vermeulen als leden, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) J. Brand</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) S. Aaliouli</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>HD</title>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>