<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-20T15:18:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-08-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-5313 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1460">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1460</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-20T15:18:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1460 Centrale Raad van Beroep , 20-08-2013 / 11-5313 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1460:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het besluit van 3 september 2009, waarbij de bijstand is ingetrokken en teruggevorderd, in rechte onaantastbaar is geworden. Hiermee staat vast dat appellant een verwijt treft ten aanzien van het ontstaan van de vordering. Reeds gelet daarop heeft het college in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid tot brutering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1460:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/5313 WWB </para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 20 augustus 2013</para>
  </parablock>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van </para>
    <para>5 augustus 2011, 11/379 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Kollumerland (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. O.F.X Roozemond, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is aan de orde gesteld ter zitting van 9 juli 2013. Partijen zijn, zoals vooraf bericht, niet verschenen. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Bij besluit van 3 september 2009 heeft het college de bijstand van appellant over de periode van 1 augustus 2008 tot en met 24 maart 2009 ingetrokken op de grond dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de handel in verdovende middelen en de daaruit ontvangen inkomsten. Tevens heeft het college de kosten van de over genoemde periode ten onrechte verleende bijstand tot een bedrag van € 10.875,61 van appellant teruggevorderd. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Bij besluit van 5 oktober 2010 heeft het college appellant bericht dat de in 1.1 vermelde vordering, voor zover deze betrekking heeft op de in 2009 te veel verleende bijstand, is gebruteerd. Het saldo van de nog openstaande vordering is vastgesteld op € 10.960,73.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.3.</nr>
        <para>Bij besluit van 20 januari 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 5 oktober 2010 ongegrond verklaard. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellant heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Volgens vaste rechtspraak (CRvB 24 juli 2007, LJN BB0561) dient te worden afgezien van de uitoefening van de in artikel 58, vierde lid, tweede volzin, van de WWB neergelegde bevoegdheid tot bruto terugvordering, indien sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van een betrokkene en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het besluit van 3 september 2009, waarbij de bijstand over de periode van 1 augustus 2008 tot en met 24 maart 2009 is ingetrokken en teruggevorderd, in rechte onaantastbaar is geworden. Hiermee staat vast dat appellant een verwijt treft ten aanzien van het ontstaan van de vordering. Reeds gelet daarop heeft het college in redelijkheid gebruik kunnen maken van zijn bevoegdheid tot brutering. Het enkele feit dat het college eerst in oktober 2009 is overgegaan tot brutering maakt dit besluit, anders dan appellant stelt, niet onrechtmatig. Overigens was appellant gedurende de periode van 3 september 2009 tot 31 december 2009 in de gelegenheid om de vordering </para>
          <para>- voor zover betrekking hebbend op de periode van 1 januari 2009 tot en met 24 maart 2009 -  netto terug te betalen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) C. van Viegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) M.R. Schuurman</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>EH</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>