<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-06T13:49:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-6594 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1283">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1283</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-06T13:22:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1283 Centrale Raad van Beroep , 19-07-2013 / 12-6594 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1283:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1283:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>12/6594 WAO </para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 maart 2012, 11/3643 </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [verzoeker] te [woonplaats] (Marokko) (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 maart 2012, 11/3643 WAO. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het Uwv heeft een zienswijze ingediend. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op 7 juni 2013, waar partijen, het Uwv met voorafgaand bericht, niet zijn verschenen. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para>1.1. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die: </para>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak, </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt gevraagd, gepubliceerd onder </para>
      <para>LJN BV8670 heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 11 mei 2011, 10/2346, bevestigd. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank het door verzoeker ingestelde beroep tegen het besluit van het Uwv van 14 april 2010 ongegrond verklaard. Met laatstgenoemd besluit heeft het Uwv zijn besluit van 9 december 2009 gehandhaafd, waarbij het Uwv wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft geweigerd terug te komen van zijn besluit van 26 november 1982, waarbij de uitkering van appellant op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 januari 1983 is ingetrokken. Aan die intrekking lag ten grondslag dat appellant niet langer arbeidsongeschikt werd geacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.1. Naar vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld CRvB, 3 oktober 2003, </para>
      <para>LJN AN7982) kan in het kader van het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening slechts worden beoordeeld of op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet herziening is aangewezen. Een hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de betrokken uitspraak kan in dit kader niet worden gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2. Verzoeker heeft aan het verzoek om herziening in essentie ten grondslag gelegd het niet eens te zijn met de uitspraak van de Raad van 9 maart 2012 omdat hij meent aanspraak te kunnen maken op een WAO-uitkering. In hetgeen door verzoeker bij het verzoek om herziening is aangevoerd, heeft de Raad geen feiten of omstandigheden aangetroffen als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. De Raad moet dan ook vaststellen dat verzoeker met het onderhavige verzoek heeft beoogd op basis van al bekende omstandigheden een - bij het rechtsmiddel van herziening niet passende - hernieuwde discussie te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.3. Gelet op het vorenstaande dient het verzoek om herziening  te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding. </para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) J.W. Schuttel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>						(getekend) J.R. Baas</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>EH</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <para>III. <emphasis role="underline">DÉCISION</emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>statue:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Rejète la demande de révision. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Par conséquent, décidée par J.W. Schuttel en présence de L.R. Baas en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 19 juillet 2013. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>