<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T16:56:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10-4397 WMO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=1:2">Algemene wet bestuursrecht 1:2</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=8:21">Algemene wet bestuursrecht 8:21</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ABkort 2013/291</rdf:li>
          <rdf:li>JB 2013/192</rdf:li>
          <rdf:li>USZ 2013/296</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1258">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1258</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-05T11:06:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1258 Centrale Raad van Beroep , 17-07-2013 / 10-4397 WMO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1258:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vader van appellant is niet meer de wettelijke vertegenwoordiger van appellant. De vader van appellant kan dan ook niet, zonder toestemming van de bewindvoerder, voor en/of namens appellant optreden in rechte. Uit de stukken blijkt niet dat de bewindvoerder de vader van appellant heeft gemachtigd om namens appellant hoger beroep in te stellen. Dit betekent dat de vader van appellant procedeert op eigen titel. Aangezien de vader van appellant geen rechtstreeks belanghebbende is bij het bestreden besluit dient het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard te worden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1258:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>10/4397 WMO </para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 7 juli 2010, 09/5405 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 juni 2013. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door C.A.J. Bastiaansen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <parablock>
      <para>1.1. Het college heeft bij besluit van 17 april 2009, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van </para>
      <para>13 november 2009 (bestreden besluit), aan [naam zoon], zoon van appellant, de gevraagde uitbreiding van het aantal uren huishoudelijke hulp ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning niet toegekend. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het door appellant namens zijn zoon ingestelde beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Appellant heeft bij brief van 4 augustus 2010 hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.2. De zoon van appellant is bij beschikking van de kantonrechter van 16 juni 2010 onder meerderjarigenbewind gesteld. Uit de stukken blijkt dat de zoon van appellant niet, zoals verzocht, onder bewind van een van zijn ouders is gesteld, maar van een derde, </para>
      <para>
        [naam bewindvoerder].</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>De Raad overweegt als volgt. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.1.</nr>
        <para>Ingevolge artikel 8:21, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden (proces)onbekwame, natuurlijke personen in rechte vertegenwoordigd door hun vertegenwoordigers naar burgerlijk recht en zijn de wettelijke vertegenwoordigers van een kind, totdat het de leeftijd van achttien jaar bereikt, de ouders, ouder of voogd van de minderjarige. Vanaf het moment dat een persoon meerderjarig is, is hij/zij handelings- en procesbekwaam. Wanneer iemand - niet zijnde een advocaat - namens hem of haar in rechte wil optreden dient de meerderjarige daartoe een machtiging te verstrekken. Dat geldt ook als een ouder zich als gemachtigde wil stellen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.2.</nr>
        <para>Indien een meerderjarige (proces)onbekwaam is kan de kantonrechter met toepassing van artikel 1:431, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek een bewindvoerder aanstellen.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.3.</nr>
        <para>De vader van appellant is sinds 16 juni 2010 niet meer de wettelijke vertegenwoordiger van appellant. De vader van appellant kan dan ook niet, zonder toestemming van de bewindvoerder, voor en/of namens appellant optreden in rechte. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.4.</nr>
        <para>Uit de stukken blijkt niet dat de bewindvoerder de vader van appellant heeft gemachtigd om namens appellant hoger beroep in te stellen. Dit betekent dat de vader van appellant procedeert op eigen titel. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.5.</nr>
        <para>Aangezien de vader van appellant geen rechtstreeks belanghebbende is bij het bestreden besluit in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb dient het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard te worden.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para>De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door R.M. van Male, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) R.M. van Male</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) S.K Dekker</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>ew</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>