<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-08-01T09:21:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-2810 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-31T10:47:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1207 Centrale Raad van Beroep , 30-07-2013 / 12-2810 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroepsschrift terecht niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft geen omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>12/2810 WWB</para>
  <para>Enkelvoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 april 2012, 11/4380 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (appellant)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Diemen (college)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellant heeft mr. R.A. van Heijningen, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 18 juni 2013, waar partijen niet zijn verschenen.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <parablock>
          <para>Bij besluit van 20 april 2011 heeft het college de bijstand van appellant met ingang van </para>
          <para>1 januari 2008 ingetrokken. Bij besluit van 23 juni 2011, verzonden 1 juli 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 20 april 2011 ongegrond verklaard.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit </para>
        <para>niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, het volgende overwogen. Het per post verzonden beroepschrift van 10 augustus 2011 heeft de rechtbank niet ontvangen. Het beroepschrift heeft de rechtbank pas op 8 september 2011 per fax ontvangen. Van het door appellant gestelde telefonische contact van 12 augustus 2011 met de griffie van de rechtbank, waarbij zou zijn bevestigd dat het beroepschrift was ontvangen, kon geen bevestiging worden verkregen. Ook in het dossier van de eerdere voorlopige voorzieningprocedure van appellant, waarin de voorzieningenrechter op 12 juli 2011 uitspraak heeft gedaan, is het beroepschrift van appellant niet aangetroffen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <parablock>
        <para>Appellant heeft in hoger beroep, samengevat, het volgende aangevoerd. </para>
        <para>Mr. Van Heijningen heeft het beroepschrift op 10 augustus 2011 per post naar de rechtbank verzonden, omdat het faxapparaat kapot was. Op 11 augustus 2011 heeft mr. Van Heijningen naar de griffie van de rechtbank gebeld en is de ontvangst van het beroepschrift bevestigd. Omdat mr. Van Heijningen op 8 september 2011 nog steeds geen ontvangstbevestiging had ontvangen, heeft hij op die datum wederom met de griffie gebeld. Nadat mr. Van Heijningen te horen had gekregen dat het beroepschrift niet was ontvangen, heeft hij diezelfde dag het beroepschrift gefaxt naar de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling. <?linebreak?><?linebreak?></para>
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb aan met ingang van de dag na die waarop het besluit door middel van toezending aan de belanghebbende is bekendgemaakt. In artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Vaststaat dat de termijn voor het instellen van beroep is aangevangen op 2 juli 2011 en dat deze is geëindigd op 12 augustus 2011. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.</nr>
        <para>Appellant heeft de verzending van het beroepschrift op 10 augustus 2011 niet aannemelijk gemaakt. Vaststaat dat de rechtbank het beroepschrift pas op 8 september 2011 heeft ontvangen en dat op dat moment de termijn om beroep in te stellen ruimschoots was overschreden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.4.</nr>
        <para>Appellant heeft geen omstandigheden aangevoerd die zouden kunnen leiden tot een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Voor zover appellant heeft willen betogen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, omdat de griffie van de rechtbank op 11 (of 12) augustus 2011 de ontvangst van het beroepschrift ten onrechte heeft bevestigd, slaagt dit betoog niet, reeds omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op 11 (of 12) augustus 2011 telefonisch contact heeft opgenomen met de griffie van de rechtbank. Wel staat vast dat appellant op 8 september 2011 heeft gebeld met de griffie van de rechtbank, maar op dat moment was de termijn voor het indienen van een beroepschrift al ruimschoots overschreden. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.5.</nr>
        <para>Uit 4.3 en 4.4 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens, in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) W.F. Claessens</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>(getekend) P.J.M. Crombach</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>