<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-26T10:29:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-3100 MAW-VV</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_ambtenarenrecht">Bestuursrecht; Ambtenarenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1160">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1160</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-26T09:05:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1160 Centrale Raad van Beroep , 25-07-2013 / 11-3100 MAW-VV</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1160:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De voorzieningenrechter ziet aanleiding om verzoeker te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening redelijkerwijs heeft moeten maken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1160:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>11/3100 MAW-VV</para>
  <parablock>
    <para>Datum uitspraak: 25 juli 2013</para>
  </parablock>
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>Voorzieningenrechter</para>
  <parablock>
    <para>Met analoge toepassing van artikel 21a van de Beroepswet na intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening van: </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>de Commandant Luchtstrijdkrachten (verzoeker)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in verband met het hoger beroep van:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>verzoeker</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 5 april 2011, 10/5933 </para>
    <para>(aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in het geding tussen: </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [appellant] te [woonplaats] (betrokkene)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>en</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>verzoeker PROCESVERLOOP</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 juli 2011. Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door D.A. Tomei, mr. E.E.S. Snijders en mr. R.A.W.C. Naalden, werkzaam bij het Ministerie van Defensie. Betrokkene heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Reitsma, advocaat.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ter zitting is het verzoek om voorlopige voorzienig ingetrokken onder de voorwaarde dat de behandeling van het hoger beroep (bodemzaak) versneld ter zitting zal komen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Op 23 augustus 2011 heeft mr. Reitsma namens betrokkene aan de Raad verzocht verzoeker te veroordelen in de proceskosten.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Verzoeker heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten. Voor het geval waarin het bestuursorgaan, hangende het door dit orgaan ingestelde hoger beroep, een door hem gedaan verzoek om een voorlopige voorziening intrekt, wordt volgens vaste rechtspraak (zie CRvB 11 januari 2002, LJN AD9836) aansluiting bij genoemde bepaling gezocht, zodat de voorzieningenrechter met analoge toepassing van artikel 21a van de Beroepswet op het onderhavige verzoek zal beslissen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van verzoeker in de proceskosten van betrokkene is gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter ziet in lijn met zijn uitspraak van 7 oktober 2010, BO0385 aanleiding om verzoeker te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 472,-- voor verleende rechtsbijstand. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep veroordeelt verzoeker in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 472, --.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.Th. Wolleswinkel, in tegenwoordigheid van </para>
      <para>E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) J.Th. Wolleswinkel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) E. Blijleven-de Vries</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>HD</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>