<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2013:1129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-25T11:45:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-07-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2268 AWBZ</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2013:1129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-24T14:37:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2013:1129 Centrale Raad van Beroep , 24-07-2013 / 11-2268 AWBZ</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2013:1129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vaststelling indicatie voor de functie PV, klasse 1, over de periode van 23 oktober 2009 tot 1 april 2010, en klasse 2 over de periode van 1 april 2010 tot 31 augustus 2011, en voor de functie BG individueel, klasse 1, over de periode van 1 april 2010 tot 31 augustus 2011. Het advies van de medisch adviseur is zorgvuldig en voldoende gemotiveerd tot stand gekomen. Er bestaat geen aanwijzing dat omvang en duur van de zorg onjuist zijn vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2013:1129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>Centrale Raad van Beroep</para>
  <para>11/2268 AWBZ </para>
  <para>Meervoudige kamer</para>
  <parablock>
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van </para>
    <para>18 maart 2011, 10/4802 (aangevallen uitspraak)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Partijen:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      [Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para>Namens appellante heeft mr. D. van der Wal, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>CIZ heeft een verweerschrift ingediend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 juni 2013. Appellante is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Koedood.</para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>OVERWEGINGEN</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Appellante is bekend met complexe multipathologie ten gevolge van een chronische darmaandoening, een pijnsyndroom van het bewegingsapparaat en een posttraumatische stressstoornis. Op 22 juni 2009 heeft mr. Van der Wal namens appellante bij CIZ een aanvraag ingediend om uitbreiding van de indicatie voor de functie persoonlijke verzorging (PV) en om een indicatie voor de functies verpleging (VP) en begeleiding (BG). </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <para>Bij besluit van 23 oktober 2009 heeft CIZ de bestaande indicatie voor de functie PV gehandhaafd en de aanvraag om een indicatie voor de functies VP en BG afgewezen. </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.3.</nr>
        <parablock>
          <para>Bij besluit van 27 augustus 2010 (bestreden besluit) heeft CIZ het bezwaar tegen het besluit van 23 oktober 2009 gedeeltelijk gegrond verklaard, dit besluit ingetrokken en een indicatie verleend voor de functie PV, klasse 1, over de periode van 23 oktober 2009 tot </para>
          <para>1 april 2010, en klasse 2 over de periode van 1 april 2010 tot 31 augustus 2011, en voor de functie BG individueel, klasse 1, over de periode van 1 april 2010 tot 31 augustus 2011. Appellante heeft afgezien van de aanvraag om een indicatie voor de functie VP. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Aan het bestreden besluit heeft CIZ het advies van medisch adviseur Laane van </para>
          <para>12 augustus 2010 ten grondslag gelegd. Deze is tot de conclusie gekomen dat er een medische onderbouwing is van de beperkingen op basis van appellantes lichamelijke en geestelijke gesteldheid en dat op basis van de ernst van de beperkingen opnieuw een indicatie kan worden gesteld. Verder heeft de medisch adviseur de kanttekening gemaakt dat de diverse door reumatoloog Bultink voorgeschreven medicaties door bijwerkingen moesten worden gestaakt, waardoor de ervaren ernst van de klachten groter is. De psychische kant speelt eveneens een rol bij het ervaren van de ernst van het klachtenbeeld.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank, samengevat, overwogen dat het advies van de medisch adviseur zorgvuldig en voldoende gemotiveerd tot stand is gekomen, dat de medisch adviseur bij zijn beoordeling gebruik heeft gemaakt van alle beschikbare informatie waaronder de nadere informatie van de reumatoloog en dat indien appellante van mening is dat de omvang en de duur van de zorg onjuist zijn vastgesteld, het op haar weg ligt om dit aannemelijk te maken, bijvoorbeeld aan de hand van een medische rapportage. Appellante heeft dit nagelaten en ook anderszins bestaat geen aanwijzing dat omvang en duur van de zorg onjuist zijn vastgesteld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Appellante heeft in hoger beroep, samengevat, aangevoerd dat de medische stukken reeds voldoende aannemelijk maken dat haar complicaties van dermate ernstige aard zijn dat de toegekende omvang en duur van de aanspraak onredelijk laag zijn vastgesteld. De medische stukken zijn door CIZ onjuist geïnterpreteerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.</nr>
        <para>De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop zij dit oordeel heeft gebaseerd. Daaraan voegt de Raad nog toe dat de informatie die reumatoloog Bultink op 4 augustus 2010 aan de medisch adviseur heeft gestuurd juist aanleiding is geweest om de omvang van de indicatie voor de functie van PV per 1 april 2010 tot 31 augustus 2011 te verhogen van klasse 1 naar klasse 2. Voor de stelling dat hierbij de medische stukken onjuist zijn geïnterpreteerd ziet de Raad geen aanleiding. Bovendien heeft appellante geen stukken overgelegd die daaraan doen twijfelen. Deze grond slaagt dan ook niet.  </para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.</nr>
        <para>Uit wat is overwogen in 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij als voorzitter en W.H. Bel en B.W.N. de Waard als leden, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2013.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) H.J. de Mooij</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					(getekend) S. Aaliouli</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>JvC</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>