<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY5478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T12:15:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY5478</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2347 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY5478">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY5478</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:14:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY5478 Centrale Raad van Beroep , 07-12-2012 / 11-2347 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY5478:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAO. Verzoek om herziening vaststelling dagloon. De rechtbank heeft op juiste wijze uiteengezet dat de door appellante aangevoerde feiten en omstandigheden niet kunnen leiden tot het oordeel dat het afwisselend wel en niet werkzaam zijn in de referteperiode niet het gevolg is van een persoonlijke keuze.Terecht heeft de rechtbank hierbij betrokken dat appellante in de referteperiode niet heeft gesolliciteerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY5478:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/2347 WAO </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 31 maart 2011, 10/863 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 7 december 2012.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellante heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Dieters. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.H.M.A. Swarts.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Het Uwv heeft aan appellante bij besluit van 11 december 2000 per dezelfde datum een uitkering op grond van de WAO toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en een dagloon van € 14,93.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij brief van 19 september 2008 heeft appellante - voor zover hier van belang - verzocht om herziening van het dagloon per 19 september 2008.</para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 5 augustus 2010 heeft het Uwv, opnieuw beslissend op bezwaar, geweigerd om het dagloon per 19 september 2008 te herzien, omdat het dagloon bij het besluit van 11 december 2000 op juiste wijze is vastgesteld.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 5 augustus 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hiertoe - onder verwijzing naar de uitspraak van de Raad van 11 mei 1999, LJN ZB8379 - overwogen dat het Uwv bij de vaststelling van het dagloon er terecht vanuit is gegaan dat appellante in de referteperiode afwisselend wel en niet werkzaam is geweest en dat dit haar persoonlijke voorkeur was, zodat terecht op basis van artikel 14, eerste lid, van de destijds vigerende dagloonregelen het dagloon evenredig is verlaagd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. In hoger beroep heeft appellante zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het dagloon op juiste wijze is vastgesteld. Appellante heeft gesteld dat het juist is dat zij in de referteperiode van één jaar 8 dagen heeft gewerkt via twee uitzendbureaus, maar zij heeft bestreden dat dit haar persoonlijke voorkeur was. Appellante heeft in het hoger beroepschrift gesteld dat een ongeval op 13 december 1999 een einde heeft gemaakt aan haar ambities op de arbeidsmarkt. Zij heeft voorts gesteld dat zij de intentie had het volledige jaar 2000 in loondienst te werken.</para>
      <para>Appellante heeft in het hoger beroepschrift voorts te kennen gegeven dat zij verdere bewijsvoering van haar intentie om niet afwisselend wel en niet werkzaam te zijn niet mogelijk acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. De rechtbank is met juistheid tot het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel gekomen. De rechtbank heeft op juiste wijze uiteengezet welke feiten en omstandigheden van belang zijn om de juiste hoogte van het dagloon per 11 december 2000 vast te stellen.</para>
      <para>Met juistheid is de rechtbank vervolgens tot het oordeel gekomen dat in hetgeen in beroep is aangevoerd geen grond is gelegen voor het oordeel dat het Uwv ten onrechte heeft geweigerd het vastgestelde dagloon per 19 september 2008 te herzien. De rechtbank heeft op juiste wijze uiteengezet dat de door appellante aangevoerde feiten en omstandigheden niet kunnen leiden tot het oordeel dat het afwisselend wel en niet werkzaam zijn in de referteperiode niet het gevolg is van een persoonlijke keuze.</para>
      <para>Terecht heeft de rechtbank hierbij betrokken dat appellante in de referteperiode niet heeft gesolliciteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd leidt de Raad niet tot een ander oordeel. Hetgeen appellante heeft gesteld over de intentie die zij had voor het jaar 2000 gaat eraan voorbij dat het jaar 2000 niet het refertejaar is. Het refertejaar ligt voor de datum van het ongeval.</para>
    <para />
    <para>4.4. Het hoger beroep treft gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 en 4.3 geen doel. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>4.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en J. Brand en G. van der Wiel als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 december 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) T. Hoogenboom</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) J.R. Baas</para>
    <para />
    <para>JvC</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>