<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-01-27T12:07:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY4032</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1850 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:RBROT:2011:1083" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/eerdereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2011:1083, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:10:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032 Centrale Raad van Beroep , 21-11-2012 / 11-1850 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om terug te komen van het eerdere besluit inhoudende beëindiging ZW-uitkering. Hetgeen door appellant naar voren is gebracht kan niet worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY4032:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/1850 ZW</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 maart 2011, 10/2371 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 21 november 2012</para>
    <para> </para>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2012. Appellant is met bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant is op 2 mei 1994 vanwege klachten aan de linkerpols, uitgevallen voor zijn werk als tuinbouwmedewerker. Het Uwv heeft vastgesteld dat appellant per 10 mei 1994 geschikt was voor zijn arbeid. Bij besluit van 9 februari 2000 is aan appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Ziektewet met ingang van 10 mei 1994 zal worden beëindigd. Dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden.</para>
    <para />
    <para>1.2. Namens appellant is het Uwv bij brief van 1 oktober 2009 verzocht om terug te komen van het eerdere besluit van 9 februari 2000. Daarbij is als nieuw feit vermeld dat er sedert de eerdere procedure bij de Raad in 2007 meer duidelijkheid is gekomen over de aard, ernst en omvang van zijn klachten aan het linker polsgewricht. Een van de behandelaars van appellant heeft uitdrukkelijk aan hem te kennen gegeven dat het door de verzekeringsarts ingenomen standpunt dat de pols niet in strekkende zin belast wordt bij reiken, tillen en dragen, niet correct is. Bij besluit van 15 februari 2010 is het verzoek om terug te komen van het besluit van 9 februari 2000 door het Uwv afgewezen. Bij besluit van 9 juni 2010 (bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 februari 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellant - kort samengevat - zijn standpunt herhaald zoals verwoord in zijn brief van 1 oktober 2009.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad oordeelt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.1. In artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, de aanvrager gehouden is nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Ingevolge het tweede lid kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van de Awb, de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit.</para>
    <para />
    <para>4.2. Hetgeen door appellant naar voren is gebracht ter onderbouwing van zijn opvatting dat het Uwv dient terug te komen van het eerdere besluit van 9 februari 2000, als hiervoor vermeld, kan niet worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Appellant beroept zich op zijn reeds eerder ingenomen standpunt inzake de beoordeling van zijn polsklachten door de verzekeringsarts, maar onderbouwt dit niet met medische gegevens die dateren van na het eerdere besluit, dan wel dateren van voor het eerdere besluit maar die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen en die van zodanige aard zijn, dat zij in beginsel tot een inhoudelijk andere beslissing aanleiding kunnen geven. De bij brief van 19 oktober 2012 overgelegde medische informatie, afkomstig van artsen uit Marokko, dateert van oktober 2012 en ziet niet op de beoordeling van appellants arbeidsgeschiktheid in mei 1994. Aan deze informatie wordt derhalve bij de beoordeling van het onderhavige geding voorbij gegaan.  </para>
    <para />
    <para>5. Gelet op hetgeen onder 4.2 is overwogen slaagt het hoger beroep niet en dient de aangevallen uitspraak te worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput als voorzitter, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 november 2012.</para>
    <para>						</para>
    <para>(getekend) J.J.T. van den Corput</para>
    <para>						</para>
    <para>(getekend) I.J. Penning</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>