<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY3345</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:08:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY3345</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11/1303 WAO + 11/1304 SUWI</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY3345">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY3345</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:08:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY3345 Centrale Raad van Beroep , 16-11-2012 / 11/1303 WAO + 11/1304 SUWI</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY3345:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>WAO-uitkering. Herziening mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% naar 25 tot 35%. Medisch onderzoek zorgvuldig en bevindingen moeten voor juist worden gehouden. De omstandigheid dat de uitkering van appellante met ingang van 12 januari 2011 is verhoogd, staat geheel los van het in dit geding aan de orde zijnde geschil dat handelt over een herziening per 8 september 2009.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY3345:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/1303 WAO, 11/1304 SUWI </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 19 januari 2011, 09/8712 en 10/378 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 16 november 2012.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellante heeft mr. J. Heek hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 oktober 2012. Appellante is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.R. Bär.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Bij besluit van 3 november 2009 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit de WAO-uitkering van appellante, die vanaf 6 maart 1993 was gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 8 september 2009 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij een tweede besluit van 3 november 2009 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn ten aanzien van appellante vastgestelde re-integratievisie.</para>
    <para />
    <para>2.1. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de door appellante tegen de besluiten van 3 november 2009 ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Met betrekking tot de medische grondslag van het herzieningsbesluit heeft de rechtbank overwogen dat het onderzoek door de verzekeringsartsen zorgvuldig is te achten en dat de bevindingen daaruit voor juist moeten worden gehouden. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapport van 25 augustus 2009 afdoende heeft gereageerd op de arbeidskundige gronden van appellante gericht tegen het herzieningsbesluit.</para>
    <para />
    <para>2.2. Met betrekking tot de re-integratieverplichtingen in de vorm van een re-integratievisie heeft de rechtbank overwogen dat deze terecht aan appellante zijn opgelegd nu zij op de datum in geding 8 september 2009 niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht.</para>
    <para />
    <para>3.1. Appellante kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak. In hoger beroep heeft zij aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft miskend dat zij ernstiger beperkt is dan door het Uwv is aangenomen, en dat het verrichten van arbeid in de haar voorgehouden functies niet mogelijk is.</para>
    <para />
    <para>3.2. Bij brief van 11 september 2012 heeft appellante de Raad in kennis gesteld van het feit dat het Uwv haar met ingang van 12 januari 2011 opnieuw een WAO-uitkering heeft toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Appellante acht zich gesterkt in haar standpunt dat haar belastbaarheid per 8 september 2009 niet zodanig verbeterd was dat zij in staat was 8 uur per dag en 40 uur per week loonvormende arbeid te verrichten. </para>
    <para />
    <para>4.1. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bestaat in essentie uit een herhaling van de gronden die zij bij de rechtbank heeft ingediend tegen de besluiten van 3 november 2009. Naar het oordeel van de Raad heeft de rechtbank die gronden afdoende besproken en heeft zij met juistheid gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad heeft hieraan niets toe te voegen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.2. De omstandigheid dat de uitkering van appellante met ingang van 12 januari 2011 is verhoogd, staat geheel los van het in dit geding aan de orde zijnde geschil dat handelt over een herziening per 8 september 2009. De Raad verwijst naar het rapport van de verzekeringsarts van 18 juli 2011 en naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van </para>
      <para>19 september 2012. Met hetgeen zij in hoger beroep heeft betoogd, miskent appellante het tijdsverloop tussen beide data van ruim 15 maanden en het feit dat de verhoging van haar uitkering heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een melding van appellant van </para>
      <para>15 december 2010 wegens toegenomen migraine en psychische klachten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4.3. Het hoger beroep van appellante treft mitsdien geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>5. Er bestaat geen aanleiding voor een veroordeling van het Uwv in de proceskosten van appellante.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 november 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) J. Brand</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) G.J. van Gendt</para>
    <para />
    <para>TM</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>