<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T10:33:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY3332</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1380 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:08:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332 Centrale Raad van Beroep , 09-11-2012 / 11-1380 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verlaging WAO-uitkering naar een mate van 15 tot 25%. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek dat ten grondslag is gelegd aan de bestreden besluitvorming niet onzorgvuldig of onvolledig is geweest. Appellante heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat er aanleiding is voor twijfel met betrekking tot de bij haar vastgestelde belastbaarheid zoals is neergelegd in de FML. Er is geen aanleiding een medisch deskundige te benoemen om te rapporteren. De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat het bestreden besluit op een deugdelijke arbeidskundige grondslag berust.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY3332:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/1380 WAO </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 14 januari 2011, 09/5975 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 9 november 2012.</para>
    <para> </para>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. J.W. van de Wege, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Desgevraagd heeft het Uwv een toelichting gegeven.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 september 2012. Appellante is verschenen met bijstand van haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.A. Vermeijden. </para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1. Bij beslissing op bezwaar van 16 december 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 21 augustus 2009 ongegrond verklaard. Bij het besluit van 21 augustus 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 20 augustus 2009 wordt vastgesteld op 15 tot 25% en dat haar uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) overeenkomstig wordt verlaagd. Het bestreden besluit berust op verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. In hoger beroep heeft appellante naar voren gebracht dat het Uwv niet heeft aangetoond dat en zo ja in welke mate de medische belastbaarheid van appellante is toegenomen, hierbij heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat deze beroepsgrond op het primaire besluit van 20 augustus 2009 ziet en deze grond niet inhoudelijk beoordeeld. Het medisch onderzoek is naar de mening van appellante onvoldoende zorgvuldig geweest, omdat daarin haar beperkingen onvoldoende tot uiting komen. Appellante acht het onbegrijpelijk dat de rechtbank geen nader onderzoek heeft ingesteld naar de beperkingen met betrekking tot het hand- en vingergebruik. Appellante is van mening dat zij door haar beperkingen op hand- en vingergebruik niet in staat is de geduide functies te verrichten. </para>
    <para />
    <para>4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>4.1. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het medisch onderzoek dat ten grondslag is gelegd aan de bestreden besluitvorming niet onzorgvuldig of onvolledig is geweest. De rechtbank heeft de verzekeringsgeneeskundige rapporten en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onderzocht, daarbij in haar beschouwing betrekkend de eigen waarnemingen van de bezwaarverzekeringsarts. Zij heeft die rapporten en de FML in orde bevonden, daarbij met juistheid overwegend dat van de zijde van appellante geen medische informatie  is overgelegd op grond waarvan geoordeeld moet worden dat hij meer beperkingen heeft dan is aangenomen door het Uwv. Objectieve medische gegevens waarmee de medische situatie zoals die bij appellante volgens haar bestaat zouden kunnen onderbouwen, zijn in hoger beroep niet in geding gebracht. De Raad heeft geen aanleiding voor twijfel met betrekking tot de juistheid van de aan het bestreden besluit mede ten grondslag gelegde conclusie van de bezwaarverzekeringsarts van het Uwv. Appellante heeft ook in hoger beroep niet aannemelijk gemaakt dat er aanleiding is voor twijfel met betrekking tot de bij haar vastgestelde belastbaarheid zoals is neergelegd in de FML. Er is geen aanleiding een medisch deskundige te benoemen om te rapporteren.</para>
    <para />
    <para>4.2. De rechtbank heeft voorts met juistheid geoordeeld dat het bestreden besluit op een deugdelijke arbeidskundige grondslag berust. Ervan uitgaande dat de beperkingen van appellante juist zijn gewaardeerd, is er geen aanleiding om te oordelen dat de geduide functies niet passend zijn voor appellante. In het arbeidskundige rapport van 14 december 2009 zijn de signaleringen voorkomend in het resultaat functiebeoordeling van de geduide functies voorzien van een toereikende en inzichtelijke toelichting. </para>
    <para />
    <para>4.3. De overwegingen 4.1 en 4.2 leiden de Raad tot de slotsom dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. </para>
    <para />
    <para>5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van J.R. Baas, als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 november 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) T. Hoogenboom</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) J.R. Baas</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>