<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T09:25:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY2769</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-7057 ANW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:06:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769 Centrale Raad van Beroep , 08-11-2012 / 11-7057 ANW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Weigering toekenning nabestaandenuitkering. </para>
        <para>Raad: In geschil is nog of de Rb. terecht heeft geoordeeld dat het namens appellante gesignaleerde onderscheid in behandeling tussen nabestaanden uit een niet-huwelijkse relatie van wie de levenspartner vóór, en van wie die partner na 1 juli 1996 is overleden, niet onverenigbaar is met diverse discriminatieverboden. </para>
        <para>In vaste jurisprudentie (LJN ZB8192) is geoordeeld dat dit stelsel inderdaad een onderscheid teweeg brengt tussen nabestaanden uit een niet-huwelijkse relatie van wie de levenspartner vóór, en van wie die partner na 1 juli 1996 is overleden. In dit onderscheid is echter geen onverenigbaarheid gezien met enige rechtstreeks inroepbare rechtsnorm waardoor gehoudenheid zou bestaan dit onderscheid geheel of ten dele ongedaan te maken. Daartoe is overwogen dat discriminatieverboden, als bijvoorbeeld neergelegd in art. 26 IVBPR, niet beogen bescherming te bieden tegen nadelen (of tegen het onthouden van voordelen) waarvan het al dan niet optreden wordt bepaald door het aan wetswijziging inherente tijdsaspect. Evenmin bestaat er in algemene zin een (afdwingbare) rechtsplicht voor de wetgever die bij wijziging of herziening, dan wel het tot stand brengen, van een regeling aan bepaalde feiten rechtsgevolgen verbindt waarin voorheen niet was voorzien, voor die oude gevallen overeenkomstige rechtsgevolgen in het leven te roepen. </para>
        <para>Dit oordeel is onderschreven door het Comité voor de Rechten van de Mens als bedoeld in art. 28 van het IVBPR. In de inzichten van dit Comité van 1 april 2004 in zaak nummer 976/2001, die betrekking hadden op een identieke situatie, is geoordeeld dat Nederland door de invoering van de ANW per 1 juli 1996 heeft voorzien in een gelijke behandeling van gehuwden en ongehuwd samenwonenden ten behoeve van de uitkeringen aan nabestaanden. Gelet op het feit dat het in de praktijk maken van onderscheid tussen gehuwde en ongehuwde paren in het verleden geen verboden discriminatie vormde, was het Comité van mening dat Nederland niet verplicht was de wijziging terugwerkende kracht te verlenen. Het Comité achtte het toepassen van de ANW op alleen nieuwe gevallen niet in strijd met art. 26 van het IVBPR.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2769:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>11/7057 ANW </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 oktober 2011, 11/1320 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[Appellante] te [woonplaats] (appellante)</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 8 november 2012</para>
    <para> </para>
    <para>PROCESVERLOOP</para>
    <para />
    <para>Namens appellante heeft mr. E.J.M. van Daalhuizen, advocaat, hoger beroep ingesteld. </para>
    <para />
    <para>De Svb heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2012. Appellante en haar gemachtigde zijn daarbij met kennisgeving niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellante heeft vanaf 1987 samengewoond met [naam partner]. Uit die relatie zijn twee kinderen geboren. [Naam partner] is op 6 december 1993 in [plaatsnaam] overleden. Appellante heeft in september 2009 een aanvraag om een nabestaandenuitkering en een halfwezenuitkering ingediend bij de Svb.</para>
    <para />
    <para>1.2. De Svb heeft uiteindelijk met ingang van mei 2006 een halfwezenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan appellante toegekend. Deze uitkering is met ingang van mei 2010 beëindigd, omdat het jongste kind toen de leeftijd van 18 jaar had bereikt.</para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 8 februari 2011 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 6 november 2009 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen. Daartoe is overwogen dat de aanspraak op nabestaandenuitkering moet worden beoordeeld op grond van de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW) die tot 1 juli 1996 van kracht is geweest. Op grond van die wet komt appellante volgens de Svb niet in aanmerking voor een nabestaandenuitkering, omdat zij niet gehuwd was met [naam partner]. </para>
    <para />
    <para>2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit, onder verwijzing naar vaste rechtspraak van de Raad, ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Namens appellante is in hoger beroep aangevoerd dat sprake is van een ongerechtvaardigd onderscheid tussen nabestaanden uit een niet-huwelijkse relatie van wie de levenspartner vóór, en van wie die partner na 1 juli 1996 is overleden. </para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Tussen partijen is in hoger beroep nog slechts in geschil of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het namens appellante gesignaleerde onderscheid in behandeling tussen nabestaanden uit een niet-huwelijkse relatie van wie de levenspartner vóór, en van wie die partner na 1 juli 1996 is overleden, niet onverenigbaar is met diverse discriminatieverboden.</para>
    <para />
    <para>4.2. In vaste jurisprudentie (LJN ZB8192) is geoordeeld dat dit stelsel inderdaad een onderscheid teweeg brengt tussen nabestaanden uit een niet-huwelijkse relatie van wie de levenspartner vóór, en van wie die partner na 1 juli 1996 is overleden. In dit onderscheid is echter geen onverenigbaarheid gezien met enige rechtstreeks inroepbare rechtsnorm waardoor gehoudenheid zou bestaan dit onderscheid geheel of ten dele ongedaan te maken. Daartoe is overwogen dat discriminatieverboden, als bijvoorbeeld neergelegd in artikel 26 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR), niet beogen bescherming te bieden tegen nadelen (of tegen het onthouden van voordelen) waarvan het al dan niet optreden wordt bepaald door het aan wetswijziging inherente tijdsaspect. Evenmin bestaat er in algemene zin een (afdwingbare) rechtsplicht voor de wetgever die bij wijziging of herziening, dan wel het tot stand brengen, van een regeling aan bepaalde feiten rechtsgevolgen verbindt waarin voorheen niet was voorzien, voor die oude gevallen overeenkomstige rechtsgevolgen in het leven te roepen. </para>
    <para />
    <para>4.3. Dit oordeel is onderschreven door het Comité voor de Rechten van de Mens als bedoeld in artikel 28 van het IVBPR. In de inzichten van dit Comité van 1 april 2004 in zaak nummer 976/2001, die betrekking hadden op een identieke situatie, is geoordeeld dat Nederland door de invoering van de ANW per 1 juli 1996 heeft voorzien in een gelijke behandeling van gehuwden en ongehuwd samenwonenden ten behoeve van de uitkeringen aan nabestaanden. Gelet op het feit dat het in de praktijk maken van onderscheid tussen gehuwde en ongehuwde paren in het verleden geen verboden discriminatie vormde, was het Comité van mening dat Nederland niet verplicht was de wijziging terugwerkende kracht te verlenen. Het Comité achtte het toepassen van de ANW op alleen nieuwe gevallen niet in strijd met artikel 26 van het IVBPR.</para>
    <para />
    <para>4.4. Hetgeen namens appellante in hoger beroep is aangevoerd kan niet leiden tot een ander oordeel.</para>
    <para />
    <para>4.5. Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 november 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) T.L. de Vries</para>
    <para>				</para>
    <para>(getekend) Z. Karekezi</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>