<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY2663</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T09:20:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY2663</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-2359 ZW + 11-2360 WAO</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2663">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2663</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:05:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY2663 Centrale Raad van Beroep , 07-11-2012 / 11-2359 ZW + 11-2360 WAO</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2663:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Weigering van ziekengeld en herziening van de WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2663:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/2359 ZW, 11/2360 WAO</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 13 april 2011, 10/8284 en 11/1550 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 7 november 2012.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. M.P. de Witte, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
      <para>Het Uwv heeft verweerschriften ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2012. Appellant is met kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Met ingang van 21 april 2009 is de uitkering van appellant op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Op 19 oktober 2009 heeft appellant zich vanuit de situatie dat hij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet ontving ziek gemeld wegens toegenomen klachten. De verzekeringsarts van het Uwv heeft na onderzoek van appellant op 17 juni 2010 de conclusie getrokken dat appellant per 19 oktober 2009, subsidiair per 18 juni 2010, niet ongeschikt tot werken is. Bij besluit van 17 juni 2010 is appellant ziekengeld geweigerd. Bij besluit van 18 november 2010 (bestreden besluit 1) is het bezwaar tegen het besluit van 17 juni 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen bestreden besluit 1 ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is het onderzoek zorgvuldig geweest en is voldoende onderbouwing van het bestreden besluit gegeven.</para>
    <para />
    <para>4. Naar aanleiding van de ziekmelding per 19 oktober 2009 is appellant herbeoordeeld in het kader van de WAO. Bij besluit van 21 september 2010 heeft het Uwv de WAO-uitkering van appellant met ingang van 16 november 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Bij besluit van 17 januari 2011 (bestreden besluit 2) is het bezwaar tegen het besluit van 21 september 2010 ongegrond verklaard. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen bestreden besluit 2 eveneens ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is afdoende gemotiveerd waarom appellant in medisch opzicht geschikt moet worden geacht voor de hem voorgehouden functies en heeft het Uwv terecht de WAO-uitkering van appellant gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.</para>
    <para />
    <para>6. Appellant kan zich niet met de aangevallen uitspraak verenigen en heeft hetgeen hij reeds in de bezwaar- en beroepsprocedures naar voren heeft gebracht gehandhaafd. Met name zijn psychische klachten zijn volgens hem door het Uwv onderschat en beletten hem om de geduide functies te vervullen. Appellant heeft gesteld geen vertrouwen in het Uwv en de verzekeringsartsen te hebben en heeft de Raad verzocht een deskundige in te schakelen.</para>
    <para />
    <para>7. De Raad komt tot de volgende beoordeling. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>7.1. Appellant heeft in hoger beroep in essentie dezelfde gronden aangevoerd als in beroep bij de rechtbank en heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd. De rechtbank heeft deze beroepsgronden afdoende besproken en overtuigend gemotiveerd waarom deze niet slagen. </para>
      <para>Er is geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de standpunten van het Uwv over de weigering van ziekengeld en de herziening van de WAO-uitkering van appellant. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7.2. Voor zover appellant van mening is dat de besluitvorming door het Uwv niet zonder vooringenomenheid tot stand zou zijn gekomen, wordt overwogen dat appellant deze grond niet heeft onderbouwd, zodat deze beroepsgrond niet slaagt. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een deskundige.</para>
    <para />
    <para>7.3. Uit de overwegingen 7.1 en 7.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en B.M. van Dun als leden, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) G.A.J. van den Hurk.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) Z. Karekezi</para>
    <para />
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>