<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T08:37:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY2392</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-923 ZW</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:05:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392 Centrale Raad van Beroep , 07-11-2012 / 11-923 ZW</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beëindiging ZW-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Appellant heeft nog wel sporadisch last van een “speech-arrest” maar dat dit niet of nauwelijks interfereert met de werkzaamheden. Bovendien voelt appellant dit volgens de bezwaarverzekeringsarts aankomen, zodat dit geen beletsel is om het eigen werk, ook wat betreft veiligheidsaspecten zoals beschreven in het arbeidskundige rapport, te verrichten. Daarbij is in aanmerking genomen dat de behandelend neuroloog aan appellant geen adviezen of leefregels heeft gegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2392:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/923 ZW </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 22 december 2010, 10/747 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak 7 november 2012.</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Namens appellant heeft mr. A.Z. van Braam, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 oktober 2012. </para>
      <para>Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1. Appellant was van 1 november 2007 tot 1 november 2009 als procesoperator in dienst van [naam werkgever]. Hij heeft zich op 2 maart 2009 wegens psychische klachten, waarbij sprake zou zijn van epilepsie, ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan hem met ingang van 1 november 2009 uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) toegekend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Bij besluit van 6 april 2010 heeft het Uwv de ZW-uitkering met ingang van 12 april 2010 beëindigd, omdat appellant niet ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.</para>
    <para />
    <para>3. Bij besluit van 10 juni 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 6 april 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij met name betekenis toegekend aan het door de bezwaarverzekeringsarts, in reactie op de door de behandelend neuroloog verstrekte informatie, ingenomen standpunt.</para>
    <para />
    <para>5. In hoger beroep heeft appellant benadrukt dat hij vanwege angst- en paniekaanvallen en een verhoogde kans op epileptische aanvallen niet in staat geacht moet worden zijn arbeid te verrichten. Tevens heeft hij, onder overlegging van stukken, aangevoerd dat hij onder behandeling is van een psychiater.</para>
    <para />
    <para>6. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>6.1. De arts van het Uwv, die appellant op 6 april 2010 op het spreekuur heeft gezien, heeft met name op grond van de claimklachten van appellant geconcludeerd dat hij meermalen wegens klachten van duizeligheid, welke zouden samenhangen met epilepsie, voor zijn werk was uitgevallen en dat hier sprake was van een aandoening die reeds voor de aanvang van het dienstverband bestond. </para>
    <para />
    <para>6.2. Bezwaarverzekeringsarts N. Visser heeft appellant op de hoorzitting van 17 mei 2010 gezien, een bezwaararbeidsdeskundige onderzoek laten verrichten naar het door appellant verrichte werk en informatie opgevraagd bij de bedrijfsarts en bij de behandelend neuroloog van appellant. In haar rapport van 9 juni 2010 concludeert de bezwaarverzekeringsarts aan de hand van de aldus verkregen gegevens dat appellant nog wel sporadisch last heeft van een “speech-arrest” maar dat dit niet of nauwelijks interfereert met de werkzaamheden. Bovendien voelt appellant dit volgens de bezwaarverzekeringsarts aankomen, zodat dit geen beletsel is om het eigen werk, ook wat betreft veiligheidsaspecten zoals beschreven in het arbeidskundige rapport, te verrichten. Daarbij is in aanmerking genomen dat de behandelend neuroloog aan appellant geen adviezen of leefregels heeft gegeven.</para>
    <para />
    <para>6.3. In reactie op de door appellant in hoger beroep overgelegde stukken heeft voornoemde bezwaarverzekeringsarts in een rapport van 28 maart 2011 uiteengezet dat angst- en paniekaanvallen wel kunnen leiden tot beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren, maar dat daarvoor in dit geval geen aanwijzingen bestaan. Uit de overgelegde gegevens is verder ook niet af te leiden dat dergelijke aanvallen zich op of rond de datum in geding hebben voorgedaan. Gelet op deze nadere rapportage vormt hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd, geen reden om de na zorgvuldig onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts getrokken conclusie niet te onderschrijven. </para>
    <para />
    <para>6.4. Uit hetgeen 6.1 tot en met 6.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>7. Er zijn geen gronden voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 november 2012.</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) Ch. van Voorst</para>
    <para>					</para>
    <para>(getekend) H.J. Dekker</para>
    <para />
    <para>KR</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>