<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY2380</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T08:33:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY2380</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-11-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11-1183 WWB</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2380">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY2380</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:05:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-11-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY2380 Centrale Raad van Beroep , 06-11-2012 / 11-1183 WWB</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2380:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Maatregel. Verlaging bijstand met 100% gedurende een maand. Vaststaat dat appellant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan doordat hij op zijn eerste werkdag niet is verschenen op het aan hem aangeboden werk. Geen sprake van ontbreken van elke vorm van verwijtbaarheid. De hoogte en duur van de maatregel zijn overeenkomstig de Afstemmingsverordening van de gemeente.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY2380:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>11/1183 WWB</para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Enkelvoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 januari 2011, 10/5599 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.]</para>
    <para />
    <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 6 november 2012</para>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Namens appellant heeft mr. B. Mous, advocaat, hoger beroep ingesteld.</para>
    <para />
    <para>Het college heeft een verweerschrift ingediend. </para>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 september 2012. Appellant is, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I. van Kesteren.</para>
    <para />
    <para>OVERWEGINGEN</para>
    <para />
    <para>1.1. Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op hem zijn de arbeidsverplichtingen van toepassing. </para>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 17 augustus 2010 heeft het college de bijstand van appellant verlaagd met 100% gedurende een maand. Aan dit besluit ligt ten grondslag dat appellant zonder bericht niet is verschenen op zijn eerste werkdag bij Consolid en vervolgens ook niet bereikbaar was waardoor hij langer dan nodig een beroep op de bijstand heeft moeten doen. </para>
    <para />
    <para>1.3. Bij besluit van 8 november 2010 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 17 augustus 2010 ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en, samengevat, het volgende aangevoerd. De aangeboden werkzaamheden zijn voor hem niet passend. Door zijn beperkingen kan het besturen van een vrachtwagen en het vervullen van daaraan verwante werkzaamheden in redelijkheid niet van hem worden gevergd. Het college had dit moeten weten gezien zijn medische situatie. De bijstand is ten onrechte met 100% gedurende een maand verlaagd.</para>
    <para />
    <para>4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.</para>
    <para />
    <para>4.1. Vaststaat dat appellant niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan doordat hij op zijn eerste werkdag niet is verschenen op het aan hem aangeboden werk als vrachtwagenchauffeur bij Consolid. Ingevolge artikel 18, tweede lid, eerste volzin, van de WWB dient dit te leiden tot een verlaging van de bijstand. Ingevolge artikel 18, tweede lid, laatste volzin, van de WWB wordt van een verlaging afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Daarvan is hier geen sprake. Appellant wist dat hij op zijn werk moest verschijnen en heeft hiervan, zonder bericht, afgezien. Appellant is in februari 2009 medisch gekeurd en is toen fulltime belastbaar geacht voor werk, met een beperking voor zwaar en stoffig werk in verband met zijn astma en zwaarlijvigheid. De arbeidsdeskundige heeft in een advies van 4 maart 2009 als een van de arbeidsmogelijkheden voor appellant chauffeurswerkzaamheden genoemd, mede gezien de eigen wens van appellant en omdat appellant, gezien zijn arbeidsverleden, daartoe in het bijzonder gekwalificeerd is. Uit de door appellant in de bezwaarprocedure overgelegde brief van zijn behandelend longarts van 29 oktober 2008 kan niet worden afgeleid dat de werkzaamheden als vrachtwagenchauffeur niet in overeenstemming zijn met de voor hem aangegeven belastbaarheid. </para>
    <para />
    <para>4.2. De hoogte en duur van de maatregel is overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, eerste lid, van de Afstemmingsverordening Inkomensvoorziening van de gemeente Amsterdam (Afstemmingsverordening). Wat appellant heeft aangevoerd, leidt voorts niet tot het oordeel dat het college de verlaging met toepassing van artikel 5 van de Afstemmingsverordening lager had moeten vaststellen.</para>
    <para />
    <para>4.3. Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.</para>
    <para />
    <para>4.4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para>BESLISSING</para>
    <para />
    <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2012.</para>
    <para />
    <para>(getekend) E.J.M. Heijs</para>
    <para />
    <para>(getekend) J.M. Tason Avila</para>
    <para>	</para>
    <para>RB</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>