<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CRVB:2012:BY1425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-05-01T06:21:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">BY1425</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Centrale_Raad_van_Beroep" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Centrale Raad van Beroep</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2012-10-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">12-1371 WSF</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#hogerBeroep">Hoger beroep</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Utrecht</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY1425">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CRVB:2012:BY1425</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-05T11:01:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2012-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CRVB:2012:BY1425 Centrale Raad van Beroep , 26-10-2012 / 12-1371 WSF</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY1425:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ouderbijdrage, afwijzing verzoek verlegging van het peiljaar. Het feit dat de daling in het geval van betrokkene vrijwel volledig is veroorzaakt, zoals betrokkene heeft gesteld, dan wel dat deze (in zekere mate) verband houdt met de economische crisis - ook al komt die in de omvang als waarvan thans sprake is niet veelvuldig voor - niet maakt dat de inkomensschommeling bij betrokkene niet normaal te achten is.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CRVB:2012:BY1425:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>12/1371 WSF </para>
      <para>Centrale Raad van Beroep</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 31 januari 2012, 10/782 (aangevallen uitspraak)</para>
    <para />
    <para>Partijen:</para>
    <para />
    <para>[A. te B.] (appellant)</para>
    <para />
    <para>de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)</para>
    <para />
    <para>Datum uitspraak: 26 oktober 2012</para>
    <para> </para>
    <parablock>
      <para>PROCESVERLOOP</para>
      <para>Appellant heeft hoger beroep ingesteld en de Minister heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 september 2012. Appellant is niet verschenen. De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. E.H.A. van den Berg. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>OVERWEGINGEN</para>
      <para>1.1. Appellant is werkzaam als zelfstandig makelaar/rentmeester. Ten behoeve van de ouderbijdrage voor zijn kinderen [D.] en [E.] over 2010 heeft hij een verzoek om verlegging van het peiljaar van 2008 naar 2010 gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1.2. Bij besluit van 24 juli 2010 is dit verzoek afgewezen.</para>
    <para />
    <para>1.3. Het door appellant tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij besluit van 15 oktober 2010 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat de daling van zijn inkomen over 2010 behoort tot de normale risico’s van zijn beroep of van de manier waarop hij zijn inkomen verwerft.</para>
    <para />
    <para>2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard onder de overweging dat bij het zelfstandig ondernemerschap hoort dat het inkomen kan fluctueren als gevolg van economische ontwikkelingen. Het enkele feit dat de huidige economische recessie langer aanhoudt rechtvaardigt nog niet de conclusie dat sprake is van dermate buitengewone omstandigheden dat deze niet geacht kunnen worden tot het normale ondernemersrisico te behoren. Daaraan doet niet af dat de overheid bijzondere maatregelen treft om de onroerend goed markt en de daarmee nauw verbonden bouwsector te stimuleren. </para>
    <para />
    <para>3. Appellant heeft hiertegen aangevoerd dat sprake is van een exorbitante inkomensdaling die veroorzaakt is door een buitengewone economische crisis in Europa en in Nederland en dat het de eerste maal is dat sprake is van zo’n allesomvattende crisis in Europa. De omstandigheden op de woningmarkt zijn buitengewoon en zeldzaam.</para>
    <para />
    <para>4.1. De Raad overweegt als volgt.</para>
    <para />
    <para>4.2. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is in grote lijnen een herhaling van hetgeen hij in bezwaar en beroep naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft die gronden uitvoerig en goed gemotiveerd besproken en met juistheid geoordeeld dat zij niet slagen. In zijn uitspraak van 13 juli 2012 (LJN BX1609) heeft de Raad overwogen dat het feit dat de daling in het geval van betrokkene vrijwel volledig is veroorzaakt, zoals betrokkene heeft gesteld, dan wel dat deze (in zekere mate) verband houdt met de economische crisis - ook al komt die in de omvang als waarvan thans sprake is niet veelvuldig voor - niet maakt dat de inkomensschommeling bij betrokkene niet normaal te achten is. De situatie van appellant verschilt niet wezenlijk van de situatie van betrokkene in dat geval.</para>
    <para />
    <para>5.1. Het hoger beroep slaagt niet.</para>
    <para />
    <para>5.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>BESLISSING</para>
      <para>De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2012.</para>
    <para />
    <para>(getekend) M.C. Bruning</para>
    <para />
    <para />
    <para>(getekend) D.E.P.M. Bary</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>